Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/I.7.3:7.3 Het Nederlandse Oud Burgerlijk Wetboek
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/I.7.3
7.3 Het Nederlandse Oud Burgerlijk Wetboek
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:BSD13544:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de bespreking van de problematiek in het Nederlandse zakenrecht omtrent afscheiding, zal begonnen worden bij de regels in het Nederlandse Oud Burgerlijk Wetboek (OBW). Vóór 1992, het jaar waarin ons huidige BW werd ingevoerd, werd een onderscheid gemaakt tussen bestanddelen, hoofd-, bij- en hulpzaken. Deze bij- en hulpzaken behielden in bepaalde gevallen hun zelfstandigheid, ook nadat ze verbonden waren met een hoofdzaak. Als zo’n verbonden bij- of hulpzaak een zelfstandige zaak bleef, dan kon afscheiding worden gevorderd. Het onderscheid tussen de verschillende typen/soorten zaken is in het huidige BW verdwenen. De huidige regels omtrent natrekking onder het BW zijn weliswaar overzichtelijker dan onder het OBW, maar ook rigoureuzer. Het BW lijkt wat betreft de natrekkingsregels minder genuanceerd te zijn dan zijn voorganger. Welke afwegingen lagen aan het veranderen van deze regels ten grondslag? Is het afschaffen van het onderscheid tussen de hulp- en bijzaken ten koste gegaan van de continuïteitsgedachte?
Het wettelijke systeem van het OBW ligt grotendeels ten grondslag aan dat van het BW. Met het inventariseren van de overeenkomsten en verschillen tussen beide regelingen wordt getracht de rechtsgevolgen van afscheiding (dogmatisch) in kaart te brengen die met de continuïteitsgedachte in het goederenrecht en natrekking samenhangen.