Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1.3.1
6.4.1.3.1 Ontstaansgeschiedenis van de PartG mbB
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS388005:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Uiteraard kunnen beroepsbeoefenaren, zoals hiervoor besproken, ook voor andere rechtsvormen kiezen, bijvoorbeeld de GmbH. Al deze andere rechtsvormen hebben echter rechtspersoonlijkheid en zijn daarmee in beginsel fiscaal minder aantrekkelijk voor beroepsbeoefenaren. Daarnaast zijn verschillende beroepsgroepen op grond van hun beroepsregels gehouden tot het gebruik van een eenmanszaak of personenvennootschap nu het gebruik van een rechtspersoon op basis van deze regels is uitgesloten.
O. Jensen, ‘Partnergesellschaft – Was ist das eigentlich? Die Alternative zur GbR’, 3 december 2008, te raadplegen via: <www.drweb.de/magazin/partnergesellschaft-die-alternative-zur-gbr/>.
Entwurf eines Gesetzes zur Einführung einer Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung und zur Änderung des Berufsrechts der Rechtsanwälte, Patentanwälte, Steuerberater und Wirtschaftsprüfer (Deutscher Bundestag, Drucksache 17/10487, A).
Aanleiding voor deze wetgeving was overigens tevens gelegen in het feit dat de aansprakelijkheid van de ‘handelende vennoot’ in de zin van § 8 lid 2 PartGG in de rechtspraak aanmerkelijk was aangescherpt, zoals hierboven werd toegelicht.
Bundesgesetzblatt Jahrgang 2013 Teil I Nr. 38, p. 2386-2389.
Tot juli 2013 konden samenwerkende beroepsbeoefenaren in Duitsland, zoals gezegd, kiezen uit twee Duitse personenvennootschappen: de GbR en de PartG.1 In veel gevallen kozen beroepsbeoefenaren voor de PartG vanwege de wat meer ‘chique’ uitstraling van deze rechtsvorm: de PartG wordt in Duitsland ook wel de ‘Mercedes’ onder de samenwerkingsvormen genoemd.2 De belangrijkste factor die echter een rol speelde bij deze keuze was uiteraard de beperktere aansprakelijkheid van de vennoten die het samenwerken in een PartG met zich meebrengt. Toch was voor veel beroepsbeoefenaren ook (de beperkte aansprakelijkheid die) de PartG (met zich meebrengt) nog onvoldoende afgestemd op hun wensen.3 Vooral het feit dat het niet altijd eenvoudig te bepalen is wie de ‘handelende vennoot’ is in de zin van § 8 lid 2 PartGG, zoals toegelicht in paragraaf 6.4.1.2.3, werd als problematisch ervaren. Zowel dit probleem als de aanhoudende trend van Duitse beroepsbeoefenaren die de overstap maakten naar de LLP, heeft de wetgever willen ‘tackelen’ met de introductie van het nieuwe § 8 lid 4 PartGG, waarin de mogelijkheid wordt geboden om te kiezen voor een PartG mbB.4
Kenmerkend voor deze nieuwe variant van de PartG is dat de aansprakelijkheid in geval van (alle) beroepsfouten is beperkt en dat deze beperkte aansprakelijkheid wordt gecompenseerd met een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Op 13 juni 2013 nam de Duitse Bundestag het wetsvoorstel tot invoering van de PartG mbB aan; dit voorstel is op 5 juli 2013 ook door de Bundesrat goedgekeurd. Op 19 juli 2013 trad het Gesetz zur Einführung einer Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung und zur Änderung des Berufsrechts der Rechtsanwälte, Patentanwälte, Steuerberater und Wirtschaftsprüfer in werking.5 Naast de bestaande PartG wordt, met de invoering van deze wet, dus een bijzondere variant aangeboden met een vergaande beperking van de persoonlijke aansprakelijkheid. Op de eigenschappen van deze variant zal in de volgende paragraaf dieper worden ingegaan.