Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/372:372 Geen uitoefening door de pandhouder
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/372
372 Geen uitoefening door de pandhouder
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD102904:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorbeelden van wilsrechten, anders dan de in paragraaf 12.5.3 behandelde rechten om een vordering opeisbaar te maken, waarvan de uitoefening door de pandhouder in overeenstemming zou zijn met de hiervóór geformuleerde uitgangspunten zijn er naar mijn waarneming niet. Resumerend zijn deze uitgangspunten dat (i) het recht is te beschouwen als een recht waarvan de uitoefening slechts gevolgen heeft voor de verpande vordering, (ii) de uitoefening van het wilsrecht niet kan leiden tot een noemenswaardige verslechtering van de juridische positie van de debiteur, (iii) het een recht is waarvan de uitoefening is te beschouwen als een beheersdaad en (iv) het een recht is dat geen persoonlijk recht van de pandgever is. Er is geen aanleiding voor een wetswijziging waardoor een inningsbevoegde pandhouder wilsrechten van de pandgever zou kunnen uitoefenen die niet enkel betrekking hebben op de opeisbaarheid van de vordering.