Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/80:80 Geen eigendom onder voorwaarde, maar eigendomsverwachting?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/80
80 Geen eigendom onder voorwaarde, maar eigendomsverwachting?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 08-07-2025
- Datum
08-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD15986:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een opvatting die afwijkt van zowel eerstgenoemde opvatting als van de opvatting van Vriesendorp is verdedigd door Kortmann. Hij betoogt dat splitsing van eigendom niet in het BW past en niet de bedoeling van de wetgever geweest is. De rechthebbende van een recht onder opschortende voorwaarde zou geen eigendom hebben, maar een eigendomsverwachting.1
Opgemerkt zij dat Kortmann t.a.p. uitsluitend de positie van de verkrijger van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen recht behandelt en niet de positie van een vervreemder die een recht onder ontbindende voorwaarde heeft overgedragen en daardoor rechthebbende van een recht onder opschortende voorwaarde is geworden. Ik zie overigens geen argumenten om op grond van dit verschil in ontstaansgeschiedenis van rechten onder opschortende voorwaarde onderscheid in de goederenrechtelijke posities van de rechthebbenden daarvan te maken.
Ook Zwalve heeft zich gekeerd tegen de leer dat zowel de vervreemder als de verkrijger over hun voorwaardelijke eigendomsrecht kunnen beschikken. Twee personen zouden niet tot één en dezelfde zaak (beperkt) gerechtigd kunnen zijn, ook niet als hun voorwaardelijke rechten complementair aan elkaar zijn.2