De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1.2.1:6.4.1.2.1 Ontstaansgeschiedenis van de PartG
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.4.1.2.1
6.4.1.2.1 Ontstaansgeschiedenis van de PartG
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391530:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Wuisman 2011 en Blanco Fernández & Van Olffen 2007.
Dahns 2013, p. 446.
Kilian 2013.
Vgl. Entwurf eines Gesetzes zur Einführung einer Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung und zur Änderung des Berufsrechts der Rechtsanwälte, Patentanwälte, Steuerberater und Wirtschaftsprüfer (Deutscher Bundestag) Drucksache 309/12, p. 8 en Dahns 2011, p. 574.
Die Partnerschaftsgesellschaft, Gründungsinformation nr. 4, 01/2013, Institut Für Freie Beruf Nürnberg, p. 2
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar in Nederland al lange tijd discussie bestaat over de vraag of de openbare maatschap nog wel zo’n geschikte rechtsvorm is voor beroepsbeoefenaren,1 liepen ook Duitse beroepsbeoefenaren al jaren aan tegen het probleem dat het onmogelijk was om een flexibele organisatiestructuur, gunstige belastingheffing en beperkte(re) aansprakelijkheid in één rechtsvorm met elkaar te combineren. Dit had tot gevolg dat veel beroepsbeoefenaren in Duitsland hun toevlucht zochten in het gebruik van buitenlandse rechtsvormen zoals de hiervoor in dit hoofdstuk besproken LLP naar Brits recht.2 Op grond van de vrijheid van vestiging binnen de Europese Unie (artikel 49 jo. 54 VwEU) en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is het immers mogelijk om – net als in Nederland – in Duitsland een andere Europese rechtsvorm te gebruiken. Zo is in de afgelopen jaren ongeveer de helft van de grootste advocatenkantoren in Duitsland overgegaan op een andere Europese rechtsvorm.3 Met de invoering van de PartG en met name met de invoering van de PartG mbB hoopte de Duitse wetgever een adequaat alternatief te bieden voor de LLP.4 Deze rechtsvormen dienden volgens zowel de wetgever als de beroepspraktijk enerzijds tegemoet te komen aan het zogenoemde traditionellen Berufsbild en anderzijds een moderne en flexibele samenwerking tussen beroepsbeoefenaren mogelijk te maken.5
Zoals gezegd, is de PartG een bijzondere variant van de GbR en de PartG mbB weer een bijzondere variant van de PartG. Omdat de wettelijke bepalingen die zien op de PartG (en de GbR) derhalve, voor zover de wet niet anders bepaalt, ook gelden voor de PartG mbB zullen hier nu eerst alle eigenschappen van de PartG aan bod komen. In paragraaf 6.4.1.3 zullen dan de slechts de bijzondere kenmerken van de PartG mbB worden besproken.