Lexplicatie, commentaar op Besluit Verklaring derdenbeslag:Inleiding
Lexplicatie, commentaar op Besluit Verklaring derdenbeslag
Inleiding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
Redactie, actueel t/m 13-11-2020
Actueel t/m
13-11-2020
Tijdvak
01-01-1992 tot: -
Auteur
Redactie
Vindplaats
Lexplicatie, commentaar op Besluit Verklaring derdenbeslag
De derde-beslagene onder wie ten laste van de schuldenaar beslag is gelegd, moet op grond van art. 476a Rv verklaren welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen. De derde-beslagene is verplicht om de verklaring zo volledig mogelijk en naar waarheid te doen, te ondertekenen en af te geven of terug te sturen na verloop van twee weken. Als de schuldenaar binnen die twee weken schriftelijk vraagt te wachten met het afgeven of versturen, moet de derde-beslagene de verklaring afgeven of terugsturen na verloop van vier weken. De verklaring moest op grond van het recht zoals dat gold tot 1 januari 2021 worden afgegeven of teruggestuurd aan de deurwaarder of de advocaat van de schuldeiser. Het was daarbij niet mogelijk om een derdenverklaring elektronisch af te geven, omdat art. 2 eerste lid Besluit Verklaring derdenbeslag niet specifiek regelt dat de verklaring ook elektronisch kan worden gedaan. Het elektronisch afgeven van een verklaring is efficiënter voor de derde.
Elektronisch derdenbeslag leggen is al wel mogelijk (vgl. art. 475 derde lid, Rv). Het sluit hierbij aan dat de derde-beslagene de verklaring ook elektronisch terug kan sturen indien het elektronisch adres van de deurwaarder is opgegeven. In het kader van de herziening van het beslag- en executierecht (zie Stb. 2020, 177, Kamerstukken 35225) wordt deze wijze van toezending bij de tijd gebracht. Dit gebeurt door aanpassing van artikel 2 van dit Besluit Verklaring derdenbeslag in Stb. 2020, 405, waardoor elektronische verzending door de derde-beslagene aan de deurwaarder toe wordt gestaan. Zo wordt het uitdrukkelijk mogelijk voor de derde-beslagene om de verklaring elektronisch (bijvoorbeeld per e-mail of via een elektronisch systeem) aan de deurwaarder te richten. Daarbij komt de mogelijkheid voor de derde-beslagene om de derdenverklaring terug te sturen naar de advocaat die voor de schuldeiser optreedt, te vervallen.
Het model verklaringsformulier
Art. 475 tweede lid Rv bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur een modelverklaringsformulier wordt vastgesteld dat de derde-beslagene kan gebruiken voor het afgeven van zijn verklaring (het verklaringsformulier). Dit verklaringsformulier is vastgesteld in de bijlage bij het Besluit Verklaring derdenbeslag. Het verklaringsformulier gaat vergezeld van een toelichting. Deze toelichting is opgenomen als nota van toelichting bij het Besluit Verklaring derdenbeslag. Het formulier en de toelichting hebben sinds de vaststelling ervan in 1991 geen grote wijzigingen ondergaan. In de praktijk blijkt het formulier lastig in te vullen. Dit volgt uit een onderzoek naar de begrijpelijkheid van het verklaringsformulier door onderzoekers van de Universiteit Leiden (vgl. J. Tegelaar, W. van Boom, ‘Eenvoudiger verklaringsformulier bij derdenbeslag’, NJB 2017/1918). De onderzoekers concluderen dat de wettelijke verklaring bij derdenbeslag niet eenvoudig te begrijpen is voor minder geroutineerde partijen.
Het veelvuldig gebruik van juridisch jargon kan de begrijpelijkheid van het formulier voor bepaalde type derde-beslagenen in de weg staan. Het besluit 13 oktober 2020, Stb. 2020, 405 vervangt het verklaringsformulier door een vereenvoudigd model. Met name voor het huurbeslag (de schuldeiser legt dan beslag op de huurbetalingen) waarbij de derde-beslagene in de praktijk vaak een particuliere huurder zal zijn, kan het invullen van het oude verklaringsformulier lastig zijn. Dit klemt te meer nu er wettelijke sancties staan op het afleggen van een onjuiste verklaring. Hoewel een derde-beslagene het recht heeft om zijn verklaring te herroepen of te wijzigen (vgl. HR 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3953, NJ 2002/419(De Jong/Carnifour)), kan het afleggen van een – al dan niet bewuste – onjuiste verklaring een onrechtmatige daad opleveren jegens de schuldeiser. De derde-beslagene kan – ondanks dat hij buiten het geschil tussen de schuldeiser en de schuldenaar staat – op grond van art. 477a eerste lid Rv toch worden veroordeeld tot betaling van hetgeen de schuldenaar aan de schuldeiser verschuldigd is, ‘als ware hij daarvan zelf schuldenaar’. Een toegankelijk verklaringsformulier dient daarmee niet alleen het belang van de schuldeiser en de schuldenaar bij een effectieve, efficiënte en juiste uitvoering van een derdenbeslag, maar zorgt er ook voor dat de belangen van de derde-beslagene beter worden geborgd.
In het besluit van 13 oktober 2020 wordt het verklaringsformulier gewijzigd en aan het formulier zelf wordt een uitleg toegevoegd (in plaats van een separate toelichting zoals thans het geval is). De wijzigingen moeten ervoor zorgen dat het verklaringsformulier ook voor juridisch minder geroutineerde partijen te begrijpen is en goed is in te vullen. Hieronder worden in algemene zin de wijzigingen toegelicht die bijdragen aan een vereenvoudiging van het verklaringsformulier. Ten eerste is de opbouw en de tekst van het verklaringsformulier verduidelijkt door middel van visuele elementen. Hierbij is onder meer aangesloten bij enkele aanbevelingen uit het voornoemde onderzoek van de Universiteit Leiden. Zo is het formulier – duidelijker dan thans het geval is – onderverdeeld in verschillende onderdelen voor beslag op loon of een uitkering, voor bankbeslag, voor huurbeslag en voor alle ‘overige’ type derdenbeslagen (bijvoorbeeld beslag op een zaak die een ander bij de derde-beslagene gestald heeft of beslag op iets wat de derde-beslagene van een ander heeft geleend). In het verklaringsformulier wordt ook gebruik gemaakt van onderstreepte tekstdelen om daarop de aandacht te vestigen. Daarbij is door middel van vakjes (die door de derde-beslagene moeten worden aangevinkt) verduidelijkt op welke punten in het formulier de derde-beslagene een keuze moet maken.
Ten tweede is het taalgebruik van het verklaringsformulier verhelderd. Ook de uitleg bij het verklaringsformulier is aangepast en vereenvoudigd. Aan het begin van het verklaringsformulier wordt uitgelegd wat derdenbeslag inhoudt en waarom het onder de derde-beslagene is gelegd.
Kosten afgeven verklaring en afwikkeling derdenbeslag
De wet herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177) bepaalt dat de kosten die door de derde-beslagene aan de schuldenaar kunnen worden gerekend voor het doen van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag gemaximeerd kunnen worden (art. 476a derde lid Rv). Deze kosten kunnen worden gerekend op basis van een overeenkomst tussen de schuldenaar en de derde-beslagene. Denk hierbij aan de Algemene Bankvoorwaarden op grond waarvan banken de kosten voor het afgeven van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag in rekening kunnen brengen bij de schuldenaar als deze cliënt is (zie art. 28 Algemene Bankvoorwaarden). In de praktijk blijkt dat bij het bankbeslag de hoogte van de door de banken gehanteerde tarieven onderling sterk verschillen met bedragen die kunnen oplopen tot € 150 (zie onder meer M. Cazemier, O.M. Jans, Preadvies KBvG: Bestaansminimum en bankbeslag – Bescherming van de schuldenaar bestendigd, Den Haag: Boom Juridisch 2018, paragraaf 4.2.6, p. 155). In artikel 2a van het Besluit Verklaring derdenbeslag worden de kosten die door de derde-beslagene op grond van een overeenkomst aan de geëxecuteerde kunnen worden gerekend voor het doen van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag op € 80 gemaximeerd.
NvT bij het besluit van 13 oktober 2020, Stb. 2020, 405, p. 12-14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lexplicatie, commentaar op Besluit Verklaring derdenbeslag
Inleiding
Redactie, actueel t/m 13-11-2020
13-11-2020
01-01-1992 tot: -
Redactie
Lexplicatie, commentaar op Besluit Verklaring derdenbeslag
JCDI:ADS240663:1
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Besluit Verklaring derdenbeslag regeling
De derde-beslagene onder wie ten laste van de schuldenaar beslag is gelegd, moet op grond van art. 476a Rv verklaren welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen. De derde-beslagene is verplicht om de verklaring zo volledig mogelijk en naar waarheid te doen, te ondertekenen en af te geven of terug te sturen na verloop van twee weken. Als de schuldenaar binnen die twee weken schriftelijk vraagt te wachten met het afgeven of versturen, moet de derde-beslagene de verklaring afgeven of terugsturen na verloop van vier weken. De verklaring moest op grond van het recht zoals dat gold tot 1 januari 2021 worden afgegeven of teruggestuurd aan de deurwaarder of de advocaat van de schuldeiser. Het was daarbij niet mogelijk om een derdenverklaring elektronisch af te geven, omdat art. 2 eerste lid Besluit Verklaring derdenbeslag niet specifiek regelt dat de verklaring ook elektronisch kan worden gedaan. Het elektronisch afgeven van een verklaring is efficiënter voor de derde.
Elektronisch derdenbeslag leggen is al wel mogelijk (vgl. art. 475 derde lid, Rv). Het sluit hierbij aan dat de derde-beslagene de verklaring ook elektronisch terug kan sturen indien het elektronisch adres van de deurwaarder is opgegeven. In het kader van de herziening van het beslag- en executierecht (zie Stb. 2020, 177, Kamerstukken 35225) wordt deze wijze van toezending bij de tijd gebracht. Dit gebeurt door aanpassing van artikel 2 van dit Besluit Verklaring derdenbeslag in Stb. 2020, 405, waardoor elektronische verzending door de derde-beslagene aan de deurwaarder toe wordt gestaan. Zo wordt het uitdrukkelijk mogelijk voor de derde-beslagene om de verklaring elektronisch (bijvoorbeeld per e-mail of via een elektronisch systeem) aan de deurwaarder te richten. Daarbij komt de mogelijkheid voor de derde-beslagene om de derdenverklaring terug te sturen naar de advocaat die voor de schuldeiser optreedt, te vervallen.
Het model verklaringsformulier
Art. 475 tweede lid Rv bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur een modelverklaringsformulier wordt vastgesteld dat de derde-beslagene kan gebruiken voor het afgeven van zijn verklaring (het verklaringsformulier). Dit verklaringsformulier is vastgesteld in de bijlage bij het Besluit Verklaring derdenbeslag. Het verklaringsformulier gaat vergezeld van een toelichting. Deze toelichting is opgenomen als nota van toelichting bij het Besluit Verklaring derdenbeslag. Het formulier en de toelichting hebben sinds de vaststelling ervan in 1991 geen grote wijzigingen ondergaan. In de praktijk blijkt het formulier lastig in te vullen. Dit volgt uit een onderzoek naar de begrijpelijkheid van het verklaringsformulier door onderzoekers van de Universiteit Leiden (vgl. J. Tegelaar, W. van Boom, ‘Eenvoudiger verklaringsformulier bij derdenbeslag’, NJB 2017/1918). De onderzoekers concluderen dat de wettelijke verklaring bij derdenbeslag niet eenvoudig te begrijpen is voor minder geroutineerde partijen.
Het veelvuldig gebruik van juridisch jargon kan de begrijpelijkheid van het formulier voor bepaalde type derde-beslagenen in de weg staan. Het besluit 13 oktober 2020, Stb. 2020, 405 vervangt het verklaringsformulier door een vereenvoudigd model. Met name voor het huurbeslag (de schuldeiser legt dan beslag op de huurbetalingen) waarbij de derde-beslagene in de praktijk vaak een particuliere huurder zal zijn, kan het invullen van het oude verklaringsformulier lastig zijn. Dit klemt te meer nu er wettelijke sancties staan op het afleggen van een onjuiste verklaring. Hoewel een derde-beslagene het recht heeft om zijn verklaring te herroepen of te wijzigen (vgl. HR 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3953, NJ 2002/419(De Jong/Carnifour)), kan het afleggen van een – al dan niet bewuste – onjuiste verklaring een onrechtmatige daad opleveren jegens de schuldeiser. De derde-beslagene kan – ondanks dat hij buiten het geschil tussen de schuldeiser en de schuldenaar staat – op grond van art. 477a eerste lid Rv toch worden veroordeeld tot betaling van hetgeen de schuldenaar aan de schuldeiser verschuldigd is, ‘als ware hij daarvan zelf schuldenaar’. Een toegankelijk verklaringsformulier dient daarmee niet alleen het belang van de schuldeiser en de schuldenaar bij een effectieve, efficiënte en juiste uitvoering van een derdenbeslag, maar zorgt er ook voor dat de belangen van de derde-beslagene beter worden geborgd.
In het besluit van 13 oktober 2020 wordt het verklaringsformulier gewijzigd en aan het formulier zelf wordt een uitleg toegevoegd (in plaats van een separate toelichting zoals thans het geval is). De wijzigingen moeten ervoor zorgen dat het verklaringsformulier ook voor juridisch minder geroutineerde partijen te begrijpen is en goed is in te vullen. Hieronder worden in algemene zin de wijzigingen toegelicht die bijdragen aan een vereenvoudiging van het verklaringsformulier. Ten eerste is de opbouw en de tekst van het verklaringsformulier verduidelijkt door middel van visuele elementen. Hierbij is onder meer aangesloten bij enkele aanbevelingen uit het voornoemde onderzoek van de Universiteit Leiden. Zo is het formulier – duidelijker dan thans het geval is – onderverdeeld in verschillende onderdelen voor beslag op loon of een uitkering, voor bankbeslag, voor huurbeslag en voor alle ‘overige’ type derdenbeslagen (bijvoorbeeld beslag op een zaak die een ander bij de derde-beslagene gestald heeft of beslag op iets wat de derde-beslagene van een ander heeft geleend). In het verklaringsformulier wordt ook gebruik gemaakt van onderstreepte tekstdelen om daarop de aandacht te vestigen. Daarbij is door middel van vakjes (die door de derde-beslagene moeten worden aangevinkt) verduidelijkt op welke punten in het formulier de derde-beslagene een keuze moet maken.
Ten tweede is het taalgebruik van het verklaringsformulier verhelderd. Ook de uitleg bij het verklaringsformulier is aangepast en vereenvoudigd. Aan het begin van het verklaringsformulier wordt uitgelegd wat derdenbeslag inhoudt en waarom het onder de derde-beslagene is gelegd.
Kosten afgeven verklaring en afwikkeling derdenbeslag
De wet herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177) bepaalt dat de kosten die door de derde-beslagene aan de schuldenaar kunnen worden gerekend voor het doen van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag gemaximeerd kunnen worden (art. 476a derde lid Rv). Deze kosten kunnen worden gerekend op basis van een overeenkomst tussen de schuldenaar en de derde-beslagene. Denk hierbij aan de Algemene Bankvoorwaarden op grond waarvan banken de kosten voor het afgeven van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag in rekening kunnen brengen bij de schuldenaar als deze cliënt is (zie art. 28 Algemene Bankvoorwaarden). In de praktijk blijkt dat bij het bankbeslag de hoogte van de door de banken gehanteerde tarieven onderling sterk verschillen met bedragen die kunnen oplopen tot € 150 (zie onder meer M. Cazemier, O.M. Jans, Preadvies KBvG: Bestaansminimum en bankbeslag – Bescherming van de schuldenaar bestendigd, Den Haag: Boom Juridisch 2018, paragraaf 4.2.6, p. 155). In artikel 2a van het Besluit Verklaring derdenbeslag worden de kosten die door de derde-beslagene op grond van een overeenkomst aan de geëxecuteerde kunnen worden gerekend voor het doen van de verklaring en de afwikkeling van het derdenbeslag op € 80 gemaximeerd.
NvT bij het besluit van 13 oktober 2020, Stb. 2020, 405, p. 12-14.