De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.5.1:IV.19.5.1 Duitsland
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.5.1
IV.19.5.1 Duitsland
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380189:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. § 48 lid 3 VwVfG en § 49 lid 6 VwVfG.
Vgl. §§ 48 lid 3 en 49 lid 6 VwVfG.
BT-Dr. 7/910 p. 73.
BT/Dr. 7/910, p. 73.
§ 48 lid 3 vijfde volzin VwVfG en § 49 lid 6 tweede volzin VwVfG.
Knack/Henneke 2010, § 48 VwVfG Rn. 1068.
Een Verwaltungsverfahren als in § 9 VwVfG.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 144.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Duitse stelsel is het recht op compensatie gekoppeld aan het vertrouwensbeginsel. Een aanspraak op compensatie bestaat pas indien de beschikkinghouder schade heeft geleden doordat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking.1 Of sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen wordt beoordeeld aan de hand van § 48 lid 2 VwVfG (zie hierover paragraaf 17.4.2).
De compensatieverplichting is niet onbegrensd. In de eerste plaats geldt dat alleen een verplichting tot compensatie bestaat, wanneer een begunstigende beschikking wordt ingetrokken.2 Voorts is het aantal gevallen waarin compensatie wordt verstrekt, beperkt. In § 49 lid 6 VwVfG is bijvoorbeeld bepaald dat compensatie alleen plaatsvindt wanneer een beschikking wordt ingetrokken op de gronden welke zijn neergelegd in § 49 lid 2 nrs. 3 t/m 5 VwVfG. Het betreft achtereenvolgens de intrekking wegens een wijziging van de feiten (nr. 3), intrekking wegens een wijziging van het recht (nr. 4) en intrekking om ernstige schade voor het algemeen welzijn (nr. 5).
In de andere gevallen waarin een begunstigende beschikking op grond van § 49 VwVfG kan worden ingetrokken, wordt niet voorzien in een mogelijkheid tot compensatie. Bij bijvoorbeeld intrekking wegens handelen in strijd met een aan de beschikking verbonden voorwaarde (§ 49 lid 2 aanhef en onder nr. 2 VwVfG) is de gedachte dat de aanleiding voor de intrekking is gelegen in het gedrag van de beschikkinghouder.3 Betreft het de intrekking van een beschikking op grond van § 48 VwVfG, dan geldt dat alleen recht op compensatie bestaat wanneer een begunstigende beschikking, niet zijnde een Leistungs-beschikking wordt ingetrokken en schade wordt geleden doordat gerechtvaardigd is vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking. Betreft de intrekking een Leistungs-beschikking, dan is de situatie anders. Voor zover sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van de geadresseerde, mag de beschikking namelijk niet worden ingetrokken. Van schade geleden ten gevolge van de intrekking is dan geen sprake.
Compensatie wordt geboden in de vorm van geld. De hoogte bedraagt het zogenaamde negative Interesse, vergelijkbaar met wat in het Nederlandse recht wordt aangeduid als het negatief contractsbelang. De begunstigde moet in de positie worden gebracht waarin hij verkeerde voordat de beschikking werd gegeven. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan compensatie van uitgaven die in vertrouwen op het in stand blijven van de beschikking zijn gedaan. Gederfde winst komt niet in aanmerking voor compensatie.4 Compensatie geschiedt op aanvraag, ingediend door de begunstigde.5 De aanvraag moet binnen een jaar nadat de begunstigde is gewezen op de mogelijkheid van schadevergoeding worden ingediend. Vaak zal de begunstigde in het intrekkingsbesluit worden gewezen op de mogelijkheid van compensatie.6 Met de aanvraag vangt een zelfstandige bestuurlijke besluitvormingsprocedure7 aan, resulterend in een besluit inzake de vaststelling van de hoogte van de compensatie. Het gevolg daarvan is dat tegen dit besluit (zelfstandig) bezwaar en beroep kan worden ingesteld.8