Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/235:235 Wat is een redelijke termijn?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/235
235 Wat is een redelijke termijn?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 17-11-2025
- Datum
17-11-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD34348:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vraag of de pandhouder van de curator kan verlangen dat hij hem die informatie verschaft, komt aan bod in par. 9.5 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Hoge Raad stelt in het arrest ING/Verdonk q.q. de vuistregel dat de door de curator in acht te nemen redelijke termijn, alvorens hij tot actieve inning van een stil verpande vordering mag overgaan, twee weken bedraagt als de stil pandhouder een professionele partij zoals een bank is. Er zijn tal van omstandigheden denkbaar die aanleiding kunnen zijn voor een andere termijn. Bij het wegen van die omstandigheden moet mijns inziens de ratio in ogenschouw worden genomen van de regel dat de curator de stil pandhouder een redelijke termijn moet gunnen en na het verstreken zijn van die termijn bevoegd is om tot actieve inning van de verpande vordering over te gaan. Die ratio lijkt mij tweeledig. Enerzijds moet de pandhouder de gelegenheid krijgen om zijn recht uit te oefenen, anderzijds moet de curator op enig moment actie kunnen ondernemen als de pandhouder dat niet doet.
De ratio van het recht van de stil pandhouder op een redelijke termijn lijkt te zijn dat de stil pandhouder separatist is en in staat moet worden gesteld om tot de uitoefening van de aan hem als separatist toekomende rechten over te gaan. Van een redelijk termijn is geen sprake als de pandhouder binnen de gegunde termijn redelijkerwijs niet tot mededeling kan overgaan. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als hij nog niet beschikt over de informatie die hij nodig heeft om mededeling van zijn pandrecht te kunnen doen.1 Aanleiding voor een wat langere termijn kan ook zijn dat een groot aantal vorderingen verpand is, in het bijzonder als het vorderingen op veel verschillende debiteuren betreft, alsmede dat de pandhouder en de curator nog in overleg zijn over de wijze waarop de vorderingen zullen worden geïnd of verkocht.
De ratio van het recht van de curator om na het verstrijken van de redelijke termijn tot actieve inning over te mogen gaan, lijkt te zijn dat onnodige vertraging bij de inning van verpande vorderingen moet worden voorkomen. Dralen met het innen van vorderingen zal het incassoresultaat negatief kunnen beïnvloeden, hetgeen in het belang van geen enkele bij het faillissement betrokkene is.
De vraag wat rechtens is als de curator een stil verpande vordering actief int voordat een door hem aan de pandgever te gunnen termijn om mededeling van zijn pandrecht te doen is verstreken, wordt behandeld in paragraaf 9.2.4.