Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/178
178 Hoe vast te stellen welke vorderingen zijn verpand?
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 29-08-2025
- Datum
29-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23478:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie de reeds eerder aangehaalde arresten Meijs q.q./Bank of Tokyo, ING/Muller q.q. en De Liser de Morsain/Rabobank. Daar deze arresten met betrekking tot dit oordeel nauwelijks gemotiveerd zijn, bespreek ik deze arresten hier niet.
Zie Verdaas 2002c, p. 793-794.
Vgl. Asser/Hartkamp 4-II 2005, nr. 286-286a.
In dezelfde zin Tjittes 2005, p. 9. Een voorbeeld in de jurisprudentie waarin een titel van verpanding objectief werd uitgelegd omdat de subjectieve bedoeling van partijen niet kwam vast te staan is Rb. Utrecht 10 mei 2006, JOR 2006/274 m.nt. A.J. Verdaas (Van den End q.q./NHO).
In deze zin HR 4 maart 2005, JOR 2005/160, NJ 2005, 326 (Thomassen/Vos). Op het grote praktische belang van de objectieve uitleg van de bewoordingen van een overeenkomst wees de Hoge Raad in r.o. 4.5 van zijn eerder genoemde arrest Pensioensfonds DSM/Fox.
Welke van de geïndividualiseerde vorderingen zijn verpand, is een kwestie van uitleg van de obligatoire overeenkomst tot verpanding en van de goederenrechtelijke overeenkomst van vestiging van het pandrecht in de pandakte. De beide overeenkomsten dienen op grond van recente jurisprudentie van de Hoge Raad te worden uitgelegd aan de hand van het Haviltex-criterium, waarbij de subjectieve partijbedoeling voorop staat.1
Desalniettemin meen ik dat, anders dan ik eerder verdedigde,2 voor de beantwoording van de vraag tot levering van of vestiging van een pandrecht op welke vorderingen een akte van cessie of een pandakte is bedoeld, een dergelijke akte objectief moet worden uitgelegd. De te hanteren maatstaf zou mijns inziens moeten zijn dat aan de hand van een objectieve uitleg van de omschrijving van de vorderingen in de pandakte, en eventueel aan de hand van andere al dan niet in de akte opgenomen, objectieve gegevens zou moeten worden vastgesteld tot levering van of vestiging van een pandrecht op welke vorderingen de akte is bedoeld.
In de praktijk zal overigens ook bij een subjectieve uitleg van de in de pandakte opgenomen omschrijving van de verpande vorderingen in veel gevallen de objectieve uitleg daarvan bepalend zijn voor de vraag welke vorderingen zijn verpand.3 Dat zal het geval zijn als de subjectieve bedoeling van partijen niet komt vast te staan. In zo een geval komt men bij de uitleg van (een beding in) een overeenkomst als vanzelf uit op een objectieve uitleg daarvan.4 Daar komt bij dat in de regel de partij die stelt dat de bedoeling van partijen afwijkt van de door objectieve uitleg vastgestelde betekenis van de omschrijving van de verpande vorderingen in een pandakte, die afwijkende bedoeling zal moeten bewijzen.5
Naar geldend recht lijkt het perspectief van de debiteur bij de uitleg van de pandakte een rol te kunnen spelen. Het betrekken van het perspectief van de debiteur bij de uitleg van een pandakte wijs ik af.