Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.10
2.5.10 Stuiting van verjaring
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377956:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:33 BW, aant. 4.4, F.M. van Cassel-van Zeeland; T.N. Sanders, ‘De derdebelanghebbende bij invordering van een dwangsom’, NTB 2015/8, p. 52; conclusie A-G Huydecoper en noot G.A. van der Veen bij HR 19 december 2008, AB 2009/217 (anders dan M.W. Scheltema, Bestuursrechtelijke geldschulden, Kluwer: Deventer 2010, op p. 109, noot 86 schrijft, zie ik niet dat de Hoge Raad in dit arrest stuiting aanmerkt als een rechtshandeling). Ten aanzien van erkenning in de zin van art. 3:318 BW zie de conclusie van A-G De Vries Lentsch-Kostense bij HR 1 februari 2002, NJ 2002/195; Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:318 BW, aant. 1, M.W.E. Koopmann.
93. Verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis of door een andere daad van rechtsvervolging (art. 3:316 BW), een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW) of door erkenning door de schuldenaar van het recht tot bescherming waarvan een rechtsvordering dient (art. 3:318 BW). In de literatuur wordt overwogen dat stuiting een (eenzijdige) rechtshandeling is.1 Mijns inziens is een stuitingshandeling geen rechtshandeling. De wil van de verklarende partij hoeft niet gericht te zijn op het teweegbrengen van het rechtsgevolg, zijnde de stuiting van de verjaring. Het rechtsgevolg wordt door de wet verbonden aan het zich voordoen van een bepaalde verklaring of gedraging.