Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/62:62 Het hoe en waarom van de vergelijking
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/62
62 Het hoe en waarom van de vergelijking
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD14282:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1197 en 1337.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt de fiduciaire overdracht tot zekerheid van een vordering op naam vergeleken met het stil pandrecht op een vordering op naam. Voor wat betreft de overdracht tot zekerheid wordt daarbij veelvuldig geput uit het vóór 1992 geldende recht. De reden hiervoor is dat de fiduciaire overdracht tot zekerheid in het in 1992 ingevoerde wetboek in de ban is gedaan; een titel die er toe strekt een goed tot zekerheid over te dragen is ongeldig.1 Een andere oorzaak is dat stille cessie tot voor kort niet mogelijk was.2
Deze vergelijking dient drie doelen. De wetgever beoogde continuering onder het huidige recht van de onder het oude recht bestaande financieringspatronen. De mogelijkheden die de overdracht tot zekerheid bood moest ook de regeling van het stil pandrecht bieden.3 Het eerste doel is een beter begrip van deze bedoeling van de wetgever door de mogelijkheden die de cessie tot zekerheid onder het oude recht bood inzichtelijk te maken.
Het tweede doel is om door middel van deze deels historische vergelijking een scherper beeld van de rechtsfiguur stil pandrecht op vorderingen te krijgen. Door te zoeken naar verschillen en overeenkomsten tussen de cessie tot zekerheid en het stil pandrecht wordt getracht de mogelijkheden en wenselijkheden inzichtelijker te maken. Dit inzicht is vervolgens een hulpmiddel om in de volgende hoofdstukken een aantal onderzoeksvragen te beantwoorden.
Het derde doel is beantwoording van de vraag (in het volgende hoofdstuk) of, door afschaffing van het fiduciaverbod, aan cessie tot zekerheid de voorkeur gegeven zou moeten worden boven het stil pandrecht, temeer nu de stille cessie tot zekerheid weer een plaats in ons recht heeft gekregen door invoering van de titel Financiëlezekerheidsovereenkomsten in Boek 7 BW, of dat beide figuren een plaats in ons recht verdienen.
Dit boek gaat uitsluitend over stil pandrecht op en overdracht tot zekerheid van vorderingen. Met betrekking tot de overdracht tot zekerheid zal echter veelvuldig worden verwezen naar literatuur en rechtspraak die (mede) betrekking hebben op roerende zaken. De redenen hiervoor zijn dat de relevante literatuur, jurisprudentie en wetsgeschiedenis vaak uitsluitend of mede betrekking hebben op roerende zaken en dat voor een verschillende behandeling van vorderingen en roerende zaken in veel gevallen geen aanleiding is.