Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/8.8:8.8 Conclusie met betrekking tot het rechtskarakter van de btw
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/8.8
8.8 Conclusie met betrekking tot het rechtskarakter van de btw
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS416998:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geruisloze overgang heeft een bijzondere plaats in de btw. Ik heb geconcludeerd dat het doel van de regeling – het vereenvoudigen van bedrijfsoverdrachten en het niet onnodig financieel belasten van betrokken partijen – mede in het licht van het rechtskarakter moet worden gezien. Doordat een bedrijfsoverdracht niet leidt tot consumptief verbruik en in zoverre geen wezenlijke schakel in de productie- en distributieketen vormt, moet het voorfinancieren van btw in een dergelijke transactie als onnodig worden gezien op basis van het rechtskarakter. De inbreuk die de geruisloze overgang maakt op het normale systeem van heffing wordt op deze wijze gerechtvaardigd. Hierbij verdient opmerking dat deze rechtvaardiging mede zijn grond vindt in de algemene politiek-economische behoefte om bedrijfsoverdrachten niet (fiscaal) te belemmeren. Dat is de reden waarom heffing achterwege blijft. Eerbiediging van het rechtskarakter gaat dan ook niet zover dat iedere horizontale beweging in de bedrijfskolom die niet een wezenlijke schakel is in het productie- en distributieproces buiten de heffing dient te blijven. Daar verzet het algemene, objectieve karakter zich tegen.
Deze achtergrond vraagt om een hoge drempel voor toepassing van de geruisloze overgang. Op deze wijze functioneert de regeling bovendien het best als fusiefaciliteit en wordt het moeilijker de regeling tegen belastingplichtigen te gebruiken als wapen tegen faillissementsfraude.
Daarnaast speelt het rechtskarakter van de btw een belangrijke rol daar waar de toepassing van vrijstellingen aan de orde kunnen zijn. Door de invoering van vrijstellingen zonder een recht op aftrek, is het rechtskarakter – het oogmerk om consumptief verbruik te belasten – feitelijk opgerekt tot een grotere groep ‘eindgebruikers’, namelijk de niet-aftrekgerechtigde belastingplichtige. Vanuit het perspectief van het rechtskarakter zou daarom eigenlijk gepleit moeten worden voor het afschaffen van de vrijstellingen zonder aftrek. Zolang die echter bestaan kan daaraan naar mijn idee niet met een verwijzing naar het rechtskarakter en de fiscale neutraliteit aan voorbij worden gegaan. Met name is dit van belang voor handelingen inzake aandelen, naar positief recht.
Handelingen inzake aandelen bevinden zich steeds in het grensgebied van de btw. Het rechtskarakter van de btw verzet zich er immers tegen dat handelingen in de kapitaalsfeer en derhalve buiten het productie- en distributieproces, in de heffing worden betrokken. Naar wenselijk recht zou dat moeten betekenen dat buiten de handelsactiviteit van een effectenmakelaar, handelingen inzake aandelen buiten de reikwijdte van de btw dienen te vallen. Daarbij zouden deelnemingen in concernverhoudingen in het licht van de fiscale neutraliteit zo min mogelijk tot aftrekbeperkingen moeten leiden.
Met betrekking tot de juridische fusie en splitsing is het in overeenstemming met het rechtskarakter van de btw, dat in beginsel niet aan heffing wordt toegekomen. In dit verband is van belang om ondanks het algemene karakter van de belasting, de btw niet te forceren in gebieden waar geen sprake is van het verrichten van prestaties onder bezwarende titel.