Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.4.13
2.4.13 Aanvaarding of verwerping van een nalatenschap of legaat
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS379221:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/99; Lokin 2015, p. 19; W. Snijders 1999 II, p. 588; Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:33 BW, aant. 4.5, F.M. van Casser-van Zeeland.
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 159 (TM) en 160 (MvA II); Verstappen in Handboek Erfrecht 2011, p. 446.
Art. 4:192 lid 4 en art. 4:193 lid 1 en 2 BW geven twee gevallen van beneficiaire aanvaarding door het laten verstrijken van een termijn.
Parl. Gesch. Boek 4 BW, p. 923 (MvA II).
Parl. Gesch. Boek 4 BW, p. 922 (TM); Groene Serie Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 6 en 8, B.E. Reinhartz.
Art. 4:190 lid 4 BW staat aan analoge toepassing van art. 6:228 BW in de weg, Groene Serie Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 13, B.E. Reinhartz; Verstappen in Handboek Erfrecht 2011, p. 446; Hof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1935.
Resp. art. 4:184 BW, 4:200 BW en 4:195 BW. Zie Verstappen in Handboek Erfrecht 2011, p. 451.
Hierop bevat art. 4:184 lid 4 BW een uitzondering. Een erfgenaam die met zijn gehele vermogen aansprakelijk is geworden voor schulden van de nalatenschap op de gronden genoemd in lid 2 sub b of c (omdat hij de voldoening van een schuld verwijtbaar verhindert of omdat hij opzettelijk goederen van de nalatenschap aan verhaal onttrekt), blijft dat ook nadat hij de nalatenschap verwerpt.
De kantonrechter kan op grond van art. 4:201 lid 2 BW op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen waarbinnen een zwijgende legataris zich moet uitspreken. Na verstrijken van de termijn verliest de legataris de bevoegdheid tot verwerping van het legaat. Zie ook E.A.A. Luijten en W.R. Meijer, ‘De aanvaarding van een legaat’, Nieuw Erfrecht 2008/4, p. 60.
Hof ’s-Hertogenbosch 29 november 2011, NJF 2012/338; Asser/Perrick 4 2013/557.
R.o. 4.2.3 en 4.2.4.
Groene Serie Erfrecht, art. 4:201 BW, aant. 5, B.E. Reinhartz.
74. Een erfgenaam kan een nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen, zo bepaalt art. 4:190 BW. Een legaat kan blijkens art. 4:201 BW worden verworpen zolang de legataris het niet heeft aanvaard. Zie over aanvaarding en verwerping van uiterste wilsbeschikkingen ook par. 7.2.2.1 en par. 7.2.2.2.
De aanvaarding of verwerping van een nalatenschap is een ongerichte1 eenzijdige rechtshandeling.2 De keuze voor aanvaarding of verwerping wordt gemaakt door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de rechtbank van het sterfhuis. Art. 4:191 BW schrijft voor dat de verklaring wordt ingeschreven in het handelsregister, maar de inschrijving is niet constitutief. Het vormvoorschrift van art. 4:191 BW wordt echter in art. 4:192 BW genuanceerd. Een erfgenaam die nog geen keuze heeft uitgebracht, maar zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam, aanvaardt daardoor de nalatenschap zuiver. Ook stilzitten kan op grond van art. 4:192 lid 2 BW leiden tot zuivere aanvaarding, als de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende een termijn stelt voor het uitbrengen van de keuze en de erfgenaam binnen de termijn geen keuze maakt.3 De wetgever overweegt dat aanvaarding van een nalatenschap dus niet altijd door een rechtshandeling hoeft te geschieden.4
Art. 4:190 lid 3 BW bepaalt dat de keuze voor aanvaarding of verwerping van een nalatenschap alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling kan geschieden. De belangen van de schuldeisers van de nalatenschap verzetten zich tegen een voorwaardelijke keuze.5 Ingevolge lid 4 is een eenmaal uitgebrachte keuze onherroepelijk6 en kan zij niet worden vernietigd op grond van dwaling of schuldeisersbenadeling.7
Erfopvolging vindt onmiddellijk plaats na overlijden. Aanvaarding leidt ertoe dat de nalatenschap niet meer kan worden verworpen.8 Aanvaarding werkt dus rechtsbevestigend en niet rechtsverkrijgend en heeft dus geen goederenrechtelijk rechtsgevolg. Beneficiaire aanvaarding heeft als rechtsgevolg dat de erfgenamen niet met hun gehele vermogen aansprakelijk worden voor de schulden van de nalatenschap en dat alle erfgenamen vereffenaar worden.9 Beneficiaire aanvaarding schept een verplichting, namelijk het voldoen aan de verplichtingen tot beheer en vereffening die de wet in art. 4:211 BW oplegt aan vereffenaars.10 Dit zijn mijns inziens rechtsplichten en geen rechtens afdwingbare verbintenissen. Daarnaast heeft het het goederenrechtelijke rechtsgevolg dat geen boedelmenging plaatsvindt met het overige vermogen van de erfgenaam. Verwerping van de nalatenschap heeft eveneens goederenrechtelijk gevolg, nu het tot gevolg heeft dat de verwerpende geacht wordt nooit erfgenaam te zijn geweest.11
Niet geregeld is volgens welke norm de wilsverklaring waarmee de keuze wordt uitgebracht, moet worden uitgelegd, anders dan het voorschrift van art. 4:192 BW dat een erfgenaam zuiver aanvaardt door zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud te gedragen als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam. Evenmin is in de doctrine besproken welke rol de redelijkheid en billijkheid spelen.
75. Aanvaarding of verwerping van een legaat is eveneens een eenzijdige rechtshandeling. Art. 4:201 lid 3 BW bepaalt dat voor verwerping van een legaat geen vormvoorschrift geldt, maar dat zij ondubbelzinnig moet geschieden.12 Perrick schrijft dat verwerping van een legaat geschiedt door kennisgeving aan de erfgenamen of legatarissen die belast zijn met het te verwerpen legaat.13 Dit maakt de verwerping een gerichte eenzijdige rechtshandeling.
Een eenmaal uitgebrachte aanvaardings- of verwerpingsverklaring is onherroepelijk. Dat is voor legaten niet uitdrukkelijk wettelijk bepaald, maar volgt volgens het Hof ’s-Hertogenbosch uit de samenhang met de bepalingen over aanvaarding en verwerping van nalatenschappen.14 Vervolgens overweegt het Hof dat de dwalingsregeling van art. 6:228 BW van toepassing kan zijn op de aanvaarding van een legaat.15 Vernietiging op grond van dwaling is in art. 4:190 lid 4 BW uitgesloten voor aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, maar de samenhang binnen afdeling 4.6.2 BW leidt er kennelijk wat betreft dwaling niet toe dat voor aanvaarding en verwerping van legaten dezelfde regel geldt.
Anders dan voor de keuze voor aanvaarding of verwerping van een nalatenschap bepaalt de wet niet dat de keuze van een legataris alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling kan geschieden. Volgens Perrick geldt deze regel echter ook voor de keuze door de legataris.16
De verwerping of aanvaarding schept geen verbintenissen. Aanvaarding is niet vereist voor verkrijging van het vorderingsrecht tot nakoming op degenen die met het legaat belast zijn. Verwerping heeft tot gevolg dat de verbintenis tenietgaat.17 De verhouding tussen legataris en degenen die met het legaat zijn belast, wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:2 BW, nu de legataris schuldeiser is en de met het legaat belaste personen schuldenaar zijn.