Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/309:309 Inning door een daartoe bevoegde curator: geen substitutie, wel voorrang
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/309
309 Inning door een daartoe bevoegde curator: geen substitutie, wel voorrang
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51529:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 m.nt. WMK (Mulder q.q./CLBN) en HR 22 juni 2007, LJN BA2511 (ING/Verdonk q.q.). Zie ook par. 9.2.2 hiervóór. Zie voorts Vriesendorp 1995, p. 607 onder i van zijn annotatie in AA van het arrest Mulder q.q./CLBN en Sagaert 2003, nr. 120 en 673.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De faillissementscurator van de pandgever is steeds bevoegd om een stil verpande vordering passief te innen, dat wil zeggen betalingen van de vordering in ontvangst te nemen. Nadat hij de pandhouder een redelijke termijn heeft gegund om mededeling van zijn pandrecht te doen, is de curator tevens bevoegd om een stil verpande vordering actief te innen. Een stil verpande vordering gaat teniet indien deze door de curator van de pandgever wordt geïnd. Substitutie vindt niet plaats. Reeds het ontbreken van een wettelijke grondslag voor substitutie staat aan het ontstaan van een substitutiepandrecht in de weg. Daarbij komt dat veelal ook niet voldaan zal zijn aan het voor substitutie geldende vereiste dat de vordering (op een bank- of giro-instelling) waarin de opbrengst is uitgemond kan worden geïndividualiseerd. Wordt een stil verpande vordering bevoegdelijk geïnd door de curator van de pandgever, dan behoudt de pandhouder een recht van voorrang op het geïnde. Deze voorrang vloeit echter niet voort uit een substitutiepandrecht.1