De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.2.2:6.2.2 Einde van de aansprakelijkheid
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.2.2
6.2.2 Einde van de aansprakelijkheid
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS375592:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:404 lid 3 sub a BW. Sommige auteurs betwijfelen of de regeling voor beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in overeenstemming is met artikel 43 van de Zevende Richtlijn. Zie: J.N. Schutte-Veenstra, ‘Enkele kanttekeningen bij het vennootschappelijk verzetrecht van crediteuren’, TVVS 1996/11, p. 293; H. Beckman, Annotatie bij HR 28 juni 2002, Ondernemingsrecht 2002, p. 485; Sanders e.a. 2005, p. 443.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
253. Door het deponeren van een 403-verklaring neemt de moedermaatschappij eenzijdig vrijwillig aansprakelijkheid op zich. Evenzeer eenzijdig kan de moeder de aansprakelijkheidsverklaring weer intrekken. Dit kan de moeder op elk moment doen door een daartoe strekkende verklaring te deponeren bij het handelsregister.1 Intrekking heeft tot gevolg dat het vrijstellingsregime niet meer geldt en dat de moedermaatschappij niet langer aansprakelijk is voor nieuwe schulden.2
Aansprakelijkheid blijft echter bestaan voor reeds ontstane verplichtingen. De verklarende vennootschap kan deze ‘overblijvende aansprakelijkheid’ doen eindigen indien aan vier cumulatieve voorwaarden is voldaan, met als meest essentiële dat de vrijgestelde vennootschap niet meer tot de groep behoort.3 Het voornemen tot beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid moet ingevolge artikel 2:404 lid 3 sub b BW twee maanden ter inzage liggen bij het handelsregister. Schuldeisers kunnen door het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank verzet instellen tegen het voornemen tot beëindiging van de aansprakelijkheid. Op straffe van gegrondverklaring van het verzet moet de verklarende rechtspersoon extra zekerheid stellen voor de nakoming van de vorderingen van de zich verzettende schuldeiser, tenzij naar het oordeel van de rechter al voldoende waarborgen bestaan.4 Gegrondverklaring van het verzet leidt ertoe, dat aansprakelijkheid blijft bestaan voor nakoming van de vordering van die schuldeiser. Als geen verzet wordt ingediend, of als het verzet ongegrond wordt verklaard, eindigt de aansprakelijkheid van de moeder.
Rechtspersonen handelen door mensen, en dus wordt ook met het doen eindigen van de 403-aansprakelijkheid wel eens menselijke fouten gemaakt. Zo is er herhaaldelijk geprocedeerd over de situatie waarin de vrijgestelde vennootschap geen deel meer uitmaakte van het concern, maar waar de moedermaatschappij abusievelijk verzuimd had de 403-verklaring in te trekken. In nr. 267 e.v. ga ik nader in op de vraag of in een dergelijk geval een beroep van een schuldeiser op de een 403-verklaring in strijd is met de redelijkheid en billijkheid kan zijn.