Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.3:7.3 Juridische fusie en splitsing en de btw: rechtsnormen
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/7.3
7.3 Juridische fusie en splitsing en de btw: rechtsnormen
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS418165:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Nederlandse implementatie van artikel 9 Btw-richtlijn is opgenomen in artikel 7 Wet OB 1968. Hoewel de bewoordingen van het artikel afwijken van de richtlijnbepaling ga ik er in dit verband vanuit dat de wetsbepaling geen andere inhoud heeft dan de richtlijnbepaling. Het begrip ‘ondernemer’ uit de Wet OB 1968 dient niet anders te worden uitgelegd dan ‘belastingplichtige’ uit artikel 9 Btw-richtlijn. HR 2 mei 1984, nr. 22 153, BNB 1984/295.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aantal rechtsnormen in de Btw-richtlijn speelt een rol bij het vaststellen van de relatie tussen de heffing van btw en de juridische fusie en splitsing. Dit zijn de normen die in het restant van dit hoofdstuk centraal staan en worden ingekleurd.
Op basis van artikel 1 Btw-richtlijn wordt een algemene verbruiksbelasting geheven op goederen en diensten die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, zulks ongeacht het aantal handelingen dat tijdens het productie- en distributieproces vóór de fase van heffing plaatsvond.
Op basis van artikel 2 Btw-richtlijn zijn leveringen van goederen en dienstverrichtingen die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht aan de btw onderworpen.
Op basis van artikel 9 lid 1 Btw-richtlijn wordt als belastingplichtige aangemerkt eenieder die, op ongeacht welke plaats zelfstandig een economische activiteit verricht, ongeacht het oogmerk of resultaat hiervan. De tweede volzin van het artikel bepaalt dat onder economische activiteit dient te worden verstaan, alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Als economische activiteit wordt in het bijzonder beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.1
Op basis van artikel 14 Btw-richtlijn is sprake van de levering van een goed bij de overdacht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken.
Artikel 19 Btw-richtlijn bepaalt dat in het geval van de overgang van een algemeenheid van goederen, al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, wordt geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en dat de verkrijger in de plaats treedt van de overdrager.
Op basis van artikel 24 Btw-richtlijn zijn diensten alle prestaties die geen levering van goederen zijn.
Artikel 29 Btw-richtlijn bepaalt dat hetgeen in artikel 19 wordt bepaald van overeenkomstige toepassing is op diensten.