Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/137:137 Inleidende opmerkingen, plan van behandeling
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/137
137 Inleidende opmerkingen, plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 25-08-2025
- Datum
25-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23374:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 3:81 lid 1 BW en art. 3:228 BW is bepaald dat uitsluitend vorderingen die kunnen worden overgedragen voor verpanding vatbaar zijn. Art. 3:83 lid 1 en 2 BW bepaalt dat vorderingen overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van de vordering zich daartegen verzet of de onoverdraagbaarheid ervan door de schuldeiser en de schuldenaar is overeengekomen. In deze paragraaf wordt de betekenis van het overdraagbaarheidsvereiste voor de verpandingsvatbaarheid van vorderingen behandeld. Eerst wordt, in paragraaf 6.4.1, in algemene zin bezien of onoverdraagbaarheid inderdaad leidt tot onverpandbaarheid en of het geldende recht in dit opzicht tevens het wenselijke recht is. Vervolgens worden, in de paragrafen 6.4.2-6.4.4, de te onderscheiden oorzaken van onoverdraagbaarheid (de wet, de aard van de vordering en overeengekomen onoverdraagbaarheid) behandeld.