Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/428
428 Kan de debiteur zijn verweermiddelen aan de pandhouder tegenwerpen?
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46786:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Parl. Gesch. Boek 6, p. 551 en Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 572.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 6, p. 537 en 542, Van Mierlo 2001 (Verbintenissenrecht), art. 6:145, aant. 1, Mellema-Kranenburg 2007 (T&C Vermogensrecht), art. 6:145 BW, aant. 1 en Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 569.
Vgl. HR 18 november 2005, JOR 2006/28 m.nt. N.S.G.J. Vermunt, NJ 2006, 190 (Nap/Rabobank). In deze zin ook Parl. Gesch. Boek 6, p. 551, Reehuis 1987, nr. 393, Rank-Berenschot 1997b, p. 49-50, Van Achterberg 1999, nr. 17 en Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 572.
Art. 6:267 BW.
In dezelfde zin voor overgang van een vordering Van Achterberg 1999, nr. 17 en Van Mierlo 2001 (Verbintenissenrecht), art. 6:145, aant. 14 en 15.
Art. 6:149 BW.
Art. 6:145 BW bepaalt dat de overgang van een vordering de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet laat. Ook een op een vordering gelegd beslag heeft geen gevolgen voor de verweermiddelen van de schuldenaar.1 De ratio van deze regels is tweeledig: de vordering ondergaat door de overgang of het beslag geen wijziging en de positie van de schuldenaar moet in geval van overgang van of beslag op de vordering zoveel mogelijk ongewijzigd blijven.2
Deze ratio geldt ook voor de positie van de schuldenaar nadat een vordering is verpand en de pandhouder bevoegd is geworden om de vordering te innen. Om die reden kan naar geldend recht de schuldenaar van een verpande vordering aan een inningsbevoegde pandhouder de verweermiddelen tegenwerpen waarop hij zich tegenover zijn schuldeiser, de pandgever, zou kunnen beroepen.3
Van belang hierbij is dat, afgezien van de eventuele verweermiddelen die de schuldenaar aan zijn rechtsverhouding tot de pandhouder kan ontlenen, zijn rechtsverhouding tot de pandgever bepalend blijft voor het bestaan casu quo ontstaan van een verweermiddel. Zo zal hij, om zich jegens de pandhouder te kunnen beroepen op het vernietigd of ontbonden zijn van de overeenkomst waaruit de vordering is voortgevloeid, de vernietigings-4 of ontbindingsverklaring5 aan zijn wederpartij bij de overeenkomst (de pandgever) moeten blijven uitbrengen, ook als de pandhouder inmiddels bevoegd is om de vordering te innen.6
Opmerking verdient dat de schuldenaar verplicht is de vernietiging of ontbinding mede te delen aan de openba(a)r(e) pandhouder(s).7