Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/397:397 Geen overgang op de pandhouder en geen verpanding
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/397
397 Geen overgang op de pandhouder en geen verpanding
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 27-03-2026
- Datum
27-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD52986:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van Mierlo stelt, ongemotiveerd, dat de pandhouder zich op een aan een vordering verbonden voorrecht kan beroepen.1 Is dit inderdaad het geval en is het ook wenselijk dat de pandhouder zich op een aan de verpande vordering verbonden voorrecht kan beroepen?
De pandhouder wordt noch door de vestiging van een pandrecht op een vordering, noch door zijn inningsbevoegd worden rechthebbende van de vordering. Om die reden kan de pandhouder zich niet op een aan de verpande vordering verbonden voorrecht beroepen doordat dit op hem is overgegaan.
Dat aan de pandhouder een beroep op het voorrecht zou toekomen kan ook niet worden verklaard doordat de vestiging van een pandrecht op de vordering er toe leidt dat ook het voorrecht met een pandrecht wordt belast. Een pandrecht op een vordering rust niet op een aan de vordering verbonden voorrecht, omdat het voorrecht geen deel uitmaakt van het object van het pandrecht, het recht op een prestatie door de schuldenaar van de verpande vordering. Een voorrecht is ook niet vatbaar voor ‘zelfstandige’ verpanding. De reden hiervoor is dat een voorrecht niet overdraagbaar is.2