Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/417:417 Kwalificatie
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/417
417 Kwalificatie
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 07-04-2026
- Datum
07-04-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD94961:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 2002, JOR 2002/136 m.nt. Steef M. Bartman, NJ 2002, 447 m.nt. Ma (Akzo Nobel/ING).
Vgl. het arrest Akzo Nobel/ING, Asser/Hartkamp 4-1 2004, nr. 52 en Asser/Maeijer 2-III 2000, nr. 439.
In r.o. 3.4.5-3.4.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het arrest Akzo Nobel/ING oordeelde de Hoge Raad dat het een kwestie van uitleg is wat een 403-verklaring in een concreet geval inhoudt, waarbij moet worden gelet op de aard van de verklaring en waarbij de strekking van art. 2:403 BW een rol speelt.1 In het algemeen zal een 403-verklaring een eenzijdige rechtshandeling zijn.2 Uit deze rechtshandeling kan een vordering van elke crediteur van de dochtervennootschap op de moedervennootschap ontstaan, mits de vordering van de crediteur op de dochtervennootschap ontstaan is uit een rechtshandeling met de dochtervennootschap. In voornoemd arrest oordeelde de Hoge Raad dat een 403-verklaring geen borgtocht is en dat de vorderingen die eruit ontstaan geen van de vorderingen van de crediteuren op de dochtervennootschap afhankelijke rechten zijn.3