Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/26:26 Bescherming tegen stille pandrechten?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/26
26 Bescherming tegen stille pandrechten?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 28-05-2025
- Datum
28-05-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13556:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3, p. 685, 696 en 723.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 691, 696, 710, 714 en 723.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 685 e.v. en 724.
Vgl. Van den Heuvel 2004, p. 91.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is een en ander aanleiding om crediteuren te beschermen tegen stille pandrechten op de goederen van hun debiteur? Bij de totstandkoming van de huidige regeling is overwogen een registerpandrecht in te voeren. Aan pandrechten die niet op een andere wijze voor derden kenbaar zijn, doordat de verpande zaken in de macht van de pandgever of een derde zijn gebracht, zou het vereiste van inschrijving in een openbaar register kunnen worden gesteld. Crediteuren van de pandgever zouden door raadpleging van dat register worden beschermd tegen bij hen onbekende pandrechten van derden.1 Eén bezwaar tegen zo een registerpandrecht was, dat van een daadwerkelijk stil pandrecht geen sprake meer zou zijn als een pandrecht door raadpleging van een register voor eenieder kenbaar zou zijn. Gevreesd werd dat van die openbaarheid een remmende werking op het gebruik van het pandrecht en daarmee op de kredietverlening zou uitgaan.2 Een ander bezwaar was de administratieve rompslomp en de kosten die een registerpand met zich mee zou brengen.3
Nog een ander bezwaar was, dat de inschrijving in een register in de praktijk weinig bescherming zou bieden. Men betwijfelde of het register in de praktijk voorafgaand aan iedere transactie zou worden geraadpleegd. Bovendien geeft de enkele wetenschap dat goederen zijn bezwaard met een pandrecht geen inzicht in de, mogelijk fluctuerende, omvang van de vordering die de pandhouder op het verpande met voorrang zou kunnen verhalen. Daar komt nog bij dat een schuldenaar, ook als door hem verleende pandrechten openbaar zijn, aan wie afgaat op de roerende zaken die hij tot zijn beschikking heeft om vele redenen solvabeler kan schijnen dan hij in werkelijkheid is. De roerende zaken waarover een schuldenaar beschikt kunnen aan hem zijn geleend of verhuurd, voorwerp zijn van een huurkoopovereenkomst of op krediet van een leverancier, eventueel onder eigendomsvoorbehoud, door hem zijn gekocht.4 Op deze gronden is terecht afgezien van de invoering van een registerpandrecht als alternatief voor het stil pandrecht.
Is het wenselijk crediteuren tegen stille pandrechten op de goederen van hun debiteur te beschermen door de mogelijkheden tot vestiging van stille pandrechten te beperken, bijvoorbeeld door de vestiging van stille pandrechten op toekomstige goederen niet onbeperkt toe te laten? Een sterk argument tegen bescherming van niet verzekerde crediteuren door beperking van de mogelijkheid tot vestiging van stille pandrechten, is dat van crediteuren mag worden verwacht dat zij er rekening mee houden dat hun debiteuren stille pandrechten op hun (toekomstige) goederen hebben gevestigd nu het opnemen van krediet en het vestigen van stille pandrechten tot zekerheid daarvoor veel voorkomt. De crediteur die krediet verleent zonder zekerheid weet dat hij het risico neemt dat hij uiteindelijk geen verhaal kan nemen omdat op de activa van zijn debiteur zekerheidsrechten van andere crediteuren rusten.5