Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.8.1:11.8.1 Algemene eisen ter bevordering van de effectiviteit
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.8.1
11.8.1 Algemene eisen ter bevordering van de effectiviteit
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een effectieve akkoordprocedure is van groot belang dat deze flexibel, snel en efficiënt is. Daartoe ontkomt men er niet aan de rechterlijke betrokkenheid tot een minimum te beperken en rechtsmiddelen uit te sluiten. De procedure moet niet meer rechtsgevolgen in het leven roepen en niet meer publiciteit vereisen dan strikt nodig. De procedure zou moeten worden ondergebracht bij een gespecialiseerde rechtbank, of anders de Ondernemingskamer, die de juridische en bedrijfseconomische expertise en commerciële ervaring heeft om de noodzakelijke beslissingen accuraat en doortastend in één instantie te kunnen nemen.
Een voorziening zou dienstig zijn om individuele verhaalsmaatregelen van specifieke schuldeisers alsmede faillissementsaanvragen op verzoek van de aanbieder van het akkoord gedurende de procedure te laten schorsen. Ook zou een voorziening moeten bestaan om te voorkomen dat contracten louter als gevolg van de aanbieding van het akkoord vervallen terwijl de wederpartij daar geen redelijk belang bij heeft (voorziening tegen ipso facto en change of control bepalingen). Verder zou een voorziening wenselijk zijn die wederpartijen verhindert opschortings- of ontbindingsrechten rauwelijks in te roepen op basis van de enkele omstandigheid dat de schuldenaar in staat van insolventie verkeert. Ook zou een voorziening moeten bestaan die de aanbieder van het akkoord de bevoegdheid geeft lopende contracten met een negatieve waarde eenzijdig te beëindigen. De concurrente schadevordering die de wederpartij daaruit zou verkrijgen, zou de aanbieder in het akkoord moeten kunnen meenemen.
De aanbieder van het akkoord zou de rechtbank in een zo vroeg mogelijk stadium, reeds vóór de stemming, moeten kunnen vragen een bindende beslissing te geven over alle onderwerpen die voor de totstandkoming van het akkoord relevant zijn en die reeds vóór de stemming zijn te beslechten. Onderwerpen die de rechter op verzoek van de aanbieder reeds vóór de stemming bindend zou moeten kunnen beslechten, betreffen in het bijzonder, maar niet uitsluitend, de klassenindeling en de waardering.