Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/210:210 Geen pandrecht op vorderingen die ontstaan na overgang
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/210
210 Geen pandrecht op vorderingen die ontstaan na overgang
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD26624:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 25 januari 1991, NJ 1992, 172 m.nt. HJS (Van Berkel/Tribosa).
Zie HR 30 januari 1987, NJ 1987, 530 m.nt. G (WUH/Emmerig q.q.).
In dezelfde zin Van Swaaij 2000, nr. 369-377,
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 7:226 lid 1 BW is bepaald dat overdracht van een verhuurde zaak door de verhuurder tot gevolg heeft dat de rechten en verplichtingen van de verhuurder die opeisbaar worden na de overdracht overgaan op de verkrijger. De op het moment van vervreemding van het verhuurde nog te verschijnen huurvorderingen gaan bijgevolg over op de verkrijger van het verhuurde.1 Hoe is de situatie als de pandgever op nog niet verschenen vorderingen uit een huurovereenkomst pandrechten heeft gevestigd, hij het verhuurde heeft vervreemd en de nog niet verschenen huurvorderingen ex art. 7:226 BW (art. 7A:1612 OBW) overgaan op de nieuwe eigenaar?
Nog niet verschenen huurtermijnen zijn toekomstige vorderingen,2 zodat deze nadat het verhuurde op de verkrijger is overgegaan niet ontstaan in het vermogen van de pandgever (de eerste verhuurder), maar in het vermogen van de verkrijger; van overgang van de huurvorderingen in goederenrechtelijke zin is geen sprake. Dat brengt met zich mee dat de eerste verhuurder ten tijde van het ontstaan van die vorderingen niet bevoegd is om daarover te beschikken. Om die reden heeft de overgang ex art. 7:226 lid 1 BW voor bij voorbaat gevestigde pandrechten hetzelfde gevolg als contractsoverneming. Op de huurvorderingen die na de overgang ontstaan, rusten geen pandrechten ingevolge de verpanding bij voorbaat door de eerste verhuurder.3