Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/286
286 Stille verpanding
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD41652:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Wijziging Rv. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), p. 164.
Aldus Dirix en Kortmann 1989, nr. 9, 12 en 18, Rank 1996, p. 233-234, Van Gaalen 1996, p. 55-56, Mijnssen 2003, p. 135, Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 531 en 543 en Faber 2005, nr. 290.
Vgl. HR 20 januari 1984, NJ 1984, 512 m.nt. G (Ontvanger/Barendregt), HR 10 maart 1995, NJ 1996, 299 m.nt. HJS (Holtrop/Stevens) en HR 29 januari 1999, NJ 1999, 595 (DBV/Sedgwick).
Zie hiervóór par. 6.4.4. Aldus ook HR 20 januari 1984, NJ 1984, 512 m.nt. G (Ontvanger/Barendregt), Dirix en Kortmann 1989, nr. 12 en 18, Rank 1996, p. 233-234, Van Gaalen 1996, p. 56, Mijnssen 2003, p. 135 en Faber 2005, nr. 289-291.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een overeengekomen verruiming van de verrekeningsbevoegdheid van de debiteur door een beslag op de vordering niet wordt geraakt.1 Men gaat er in de literatuur algemeen vanuit dat vóór de cessie of openbare verpanding gemaakte bedingen waardoor de wettelijke verrekeningsmogelijkheden van de schuldenaar zijn uitgebreid of beperkt, na cessie of openbare verpanding van of beslag op een vordering hun werking behouden.2 Deze regel is door de Hoge Raad bevestigd.3 Er is ook geen aanleiding om aan de openbare verpanding of de cessie van een vordering gevolgen voor eerder gemaakte verrekeningsbedingen te verbinden. Aangenomen moet worden dat de overeengekomen verrekeningsmogelijkheden van de debiteur door mededeling aan hem van de verpanding van de vordering niet wijzigen, ongeacht of zijn verrekeningsmogelijkheden ten opzichte van het in art. 6:130 BW bepaalde zijn beperkt of zijn verruimd.
Het zou onlogisch en onredelijk zijn als een debiteur van een vordering die heeft ingestemd met een beperking van zijn verrekeningsbevoegdheid die verrekeningsbevoegdheid verruimd zou zien worden doordat zijn schuldeiser de vordering vervreemdt of verpandt.
Dat ook een overeengekomen verruiming van de verrekeningsmogelijkheden van de debiteur na cessie of openbare verpanding van een vordering blijft bestaan, bevreemdt op het eerste gezicht. De cessionaris of pandhouder kan immers geconfronteerd worden met ruimere verrekeningsmogelijkheden van de debiteur van de vordering dan waarop hij bedacht was. De verklaring hiervoor is dat verrekeningsbedingen deel uitmaken van de vordering, de inhoud daarvan bepalen, en dat het partijen binnen de grenzen van dwingende wetsbepalingen vrijstaat de inhoud van de vordering uit een door hen gesloten overeenkomst te bepalen.4