De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.5:7.5 Tot slot
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.5
7.5 Tot slot
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS375601:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor nr. 316 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
335. De hoofdvraag van dit hoofdstuk was hoe de uiterste wilsbeschikking zich verhoudt tot eenzijdige rechtshandelingen uit het algemeen vermogensrecht. De uiterste wilsbeschikking komt geen speciale plaats toe in het burgerlijk recht. Het erfrecht is deel van het vermogensrecht, waardoor de regels van Boek 3 BW rechtstreeks van toepassing zijn op uiterste wilsbeschikkingen. Tussen de Boeken 4, 5 en 6 BW vindt kruisbestuiving plaats. Op de verbintenissen uit het legaat zijn dus de bepalingen van Boek 6 BW van toepassing. Andersom kan de regeling van uiterste wilsbeschikkingen in Boek 4 BWworden gebruikt om vast te stellen welke regels gelden voor andere eenzijdige rechtshandelingen. De uiterste wilsbeschikking is dus een eenzijdige rechtshandeling als alle andere; in beginsel gelden dezelfde regels als voor andere eenzijdige rechtshandelingen, tenzij er aanleiding is een andere norm toe te passen. Zo kent art. 4:43 BW een afwijkende regeling inzake wilsgebreken.
Ook uit de rechtsvergelijking volgt dat de uiterste wilsbeschikking niet moet worden gezien als een sui generis figuur die buiten het algemeen vermogensrecht staat. In het Engelse recht vertoont de will sterke verwantschap met andere figuren binnen de categorie van voluntary propertytransactions. Naar Duits recht is het erfrecht integraal onderdeel van het burgerlijk recht en is het Testament een rechtshandeling die niet principieel afwijkt van andere rechtshandelingen. In beide systemen is het feit dat het een beschikking is die werkt na overlijden van de maker op bepaalde punten reden voor aangepaste regels, maar het uitgangspunt is toepassing van dezelfde regels als op vergelijkbare eenzijdige rechtshandelingen uit het algemeen vermogensrecht.
336. In Boek 4 BW is een uitgebreide regeling van de uiterste wilsbeschikking opgenomen. Wat mij betreft zou vaker de brug geslagen moeten worden naar het algemeen vermogensrecht. Enkele van die bruggen wil ik hier uitlichten. In art. 4:46 BW en in erfrechtelijke literatuur is een eigen, mijns inziens onnodig gecompliceerde, maatstaf ontwikkeld voor uitleg van uiterste wilsbeschikkingen. Ik meen dat de Haviltex-maatstaf van toepassing is op de uitleg van alle rechtshandelingen, dus ook die van uiterste wilsbeschikkingen. Binnen de Haviltex-maatstaf is ruimte voor een meer objectieve uitleg van ongerichte eenzijdige rechtshandelingen.
De aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid moeten terughoudend worden toegepast op uiterste wilsbeschikkingen. Art. 4:47 BW geeft een regeling voor aanvulling van uiterste wilsbeschikkingen die onmogelijk blijken uit te voeren, maar deze aanvulling is niet gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid maar op de veronderstelde wil van de overledene. Met het aanvullen en beperken van uiterste wilsbeschikkingen moet uit het oogpunt van rechtszekerheid terughoudend worden omgesprongen. Het uitgangspunt is de verklaarde wil van de erflater.
Voor bevestiging en vernietiging van aantastbare uiterste wilsbeschikking worden in grote lijnen de regels van boek 3 BW gevolgd. Boek 4 BW kent echter, zoals hiervoor aangestipt, een eigen regeling voor misbruik van omstandigheden en voor dwaling.1 De mogelijkheden voor vernietiging op grond van dwaling zijn beperkt. In de gevallen die echter volgens art. 4:43 BW niet tot vernietigbaarheid wegens dwaling leiden, kan echter een oplossing worden gevonden via uitleg of de redelijkheid en billijkheid.
337. In het Duitse en het Engelse recht is het equivalent van de uiterste wilsbeschikking ook een eenzijdige (rechts)handeling. De rechtsgevolgen naar Duits en naar Nederlands recht komen overeen: de vermogensbestanddelen gaan automatisch en onmiddellijk na overlijden van de erflater over en aan een legataris wordt een vorderingsrecht toegekend jegens de erfgenamen. Naar Engels recht ligt het anders: een personal representative verkrijgt de vermogensbestanddelen, zorgt voor de afwikkeling van de nalatenschap, keert het saldo uit aan de erfgenamen en geeft goedkeuring aan overgang van een specifiek nagelaten goed. De goedkeuring is de titel voor overgang. Ook naar Engels recht treden de rechtsgevolgen in door eenzijdig handelen; aanvaarding of consideration is niet vereist.