Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.2.4:IV.10.1.2.4 Kwaliteit van het recht op het onderzochte terrein
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.2.4
IV.10.1.2.4 Kwaliteit van het recht op het onderzochte terrein
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS493022:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe is het al met al gesteld met de kwaliteit van het recht op het onderzochte deelterrein? Hiervoor is geconcludeerd dat het nationale recht betreffende de omzetbelasting op een aantal punten niet in overeenstemming is met het Unierecht en daarom niet rechtmatig is. Dit betreft naar mijn mening echter niet de meest wezenlijke punten. Wel zijn deze punten al langer bekend en rijst de vraag waarom, bijvoorbeeld, artikel 174, lid 2, onderdelen b en c, Btw-richtlijn niet allang in nationaal recht is omgezet. Ook bij de verwerkelijking van het beginsel van rechtsgelijkheid valt op een aantal onderdelen een kanttekening te maken, maar dat is niet beperkt tot het nationale recht. Zo kan een groot verschil in belastingheffing bestaan tussen een actief inmengende aandeelhouder die in enige mate vergoedingen bedingt en eenzelfde aandeelhouder die geen vergoedingen in rekening brengt. Deze ongelijke behandeling is naar mijn mening niet evenredig aan de ongelijkheid van de situaties. Een ander voorbeeld betreft de opvallend ongelijke behandeling van obligaties enerzijds en andere verhandelbare schuldinstrumenten, zoals commercial paper anderzijds. Een belangrijker punt betreffende de kwaliteit van het huidige recht is mijns inziens nog de rechtszekerheid. De wetgeving kent diverse vage normen, zoals economische activiteit, dienst, gebruik voor belaste handelingen en bijkomstige financiële handeling. Tot op zekere hoogte zijn deze vage normen onvermijdbaar. Nadere invulling kan dan plaatsvinden in de jurisprudentie. Problematisch is als in de jurisprudentie vervolgens niet of moeilijk een lijn valt te ontdekken of valt te doorgronden welke omstandigheden de doorslag geven voor een bepaalde beslissing. Dit speelt naar mijn mening vooral bij de jurisprudentie van het Hof van Justitie een rol en in het bijzonder die over aandeelhouderschap. Een gevolg is dat ook de duidelijkheid en toegankelijkheid van het recht niet optimaal is.