De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/5.5.1.3:5.5.1.3 De toekomstige verbintenis tot nakoming
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/5.5.1.3
5.5.1.3 De toekomstige verbintenis tot nakoming
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374390:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 25 maart 1989, NJ 1989/200 m.nt. Kleijn (Staal Bankiers/Ambags q.q.). Vgl. over het ontstaan van regresvorderingen van een hoofdelijk medeschuldenaar (HR 6 april 2012, JOR 2014/172 (ASR/Achmea)) en over het ontstaan van ongedaanmakingsverbintenissen na opzegging of ontbinding van een overeenkomst (HR 3 december 2010, NJ 2010/653 (ING/Nederend q.q.)). Volgens Van Dunné schept een aanbod een voorwaardelijke verbintenis, Van Dunné 1971, p. 110 e.v., en 2001, p. 77.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
237. De verbintenis tot het gestand doen van het aanbod leidt ertoe dat het aanbod de toekomstige verbintenis schept tot het nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst. De aanbieder doet zijn aanbod met het oogmerk een overeenkomst tot stand te brengen. Uit die overeenkomst zullen voor hem verbintenissen voortvloeien. De aanbieder committeert zich door het doen van het aanbod aan de prestaties die hij zal moeten verrichten als alles zo verloopt als hem voor ogen stond ten tijde van het doen van het aanbod.
Het ontstaan van de verbintenis tot nakoming is in de eerste plaats afhankelijk van de aanvaarding door de geadresseerde. Voor een herroepelijk aanbod geldt bovendien, dat het ontstaan van de verbintenis afhangt van het niet-herroepen door de aanbieder. De verbintenis is toekomstig en niet reeds voorwaardelijk bestaand, nu het ontstaan afhankelijk is van een wilsverklaring van de geadresseerde.1