Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/I.3:3 Formele en materiële continuïteit
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/I.3
3 Formele en materiële continuïteit
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:BSD13545:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hoofdstuk 1, §1.9.1 e.v.
D. 10, 4, 6: “Gemma inclusa auro alieno vel sigillum candelabro vindicari non potest, sed ut excludatur, ad exhibendum agi potest.” “Een in andermans goud gezette edelsteen of in een kandelaar aangebracht medaillon kan niet als eigendom worden gevorderd. Teneinde afsplitsing te bereiken, kan echter wel een actie tot productie worden ingesteld (…).”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek staan twee vormen van continuïteit in het zakenrecht centraal: formele en materiële continuïteit. Onder formele continuïteit wordt verstaan dat de oorspronkelijke zakelijke rechten voortleven. Dit is bijvoorbeeld het geval als twee zaken met elkaar worden verbonden, zonder dat deze verbinding rechtsgevolgen heeft. Het kinderzitje van de buurman dat op mijn fiets wordt gezet, brengt geen eigendomsverschuiving mee. Het eigendomsrecht op de ene zaak blijft bestaan, net als het eigendomsrecht op de andere zaak. Dit is een zuivere vorm van continuïteit. Er is ook sprake van formele continuïteit als het voortbestaan van zakelijke rechten tijdelijk is onderbroken, maar zij na deze onderbreking in hun oude vorm weer herleven. Voorbeelden van deze vorm van formele continuïteit zijn kenmerkend voor het Romeinse recht. Werd bijvoorbeeld een bestanddeel afgescheiden van een zaak, dan “herleefde” in het Romeinse recht de zakenrechtelijke situatie van vóór de verbinding. Zo verhaalt de jurist Paulus over een edelsteen die in een kandelaar van de ander was gezet.1 De edelsteen werd nagetrokken door de kandelaar, hetgeen betekende dat de eigenaar van de edelsteen geen revindicatie kon instellen.2 Dit kon hij wel, als de edelsteen later weer werd losgemaakt van die kandelaar. De zakenrechtelijke situatie van vóór de verbinding herleefde.
Van materiële continuïteit is sprake als het oorspronkelijke zakelijke recht teniet is gegaan, maar daarvoor in de plaats een ander zakelijk recht is gekomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als door vermenging mede-eigendom ontstaat. Als 100 liter wijn van de één in een vat wordt gegoten waarin 100 liter van een ander zit, dan ontstaat een nieuwe zaak bestaande uit 200 liter wijn. Beide oorspronkelijke eigenaren verkrijgen een aandeel in het eigendomsrecht op de nieuwe zaak. Hun oorspronkelijke eigendomsrechten gaan weliswaar door de samenvoeging teniet, ze krijgen er een nieuw zakelijk recht voor terug. Bij materiële continuïteit is dus altijd sprake van een nieuw zakelijk recht dat in de plaats van een oud zakelijk recht treedt. Het zakelijke recht wordt vervangen, niet opgeheven: mutatur, non tollitur.
De gevallen waarin een zakelijk recht wordt “gecontinueerd” in een persoonlijk recht vallen niet binnen dit onderzoek naar de continuïteitsgedachte. De wet kent aan iemand die ongewild zijn zakelijk recht verliest dikwijls een verbintenisrechtelijke vordering toe, zoals een actie uit onrechtmatige daad of uit ongerechtvaardigde verrijking. Het zakelijke recht vervalt, maar uit zijn as verrijst een verbintenisrechtelijke vordering, zodat de gedupeerde via die weg kan trachten compensatie voor zijn verlies te ontvangen. Met deze vorm van continuïteit houdt dit onderzoek zich niet bezig. Er ontstaat weliswaar een verbintenis, maar zoals elke verbintenis heeft die juist tot doel te verdwijnen en op te lossen door de voldoening (betaling).