Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.8.2.2:II.6.8.2.2 Onduidelijke en ongemotiveerde beperking tot uit te voeren goederen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.8.2.2
II.6.8.2.2 Onduidelijke en ongemotiveerde beperking tot uit te voeren goederen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497790:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Hilten 1992, p. 284-285.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede situatie waarin op grond van artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 recht op aftrek van voorbelasting kan bestaan, is wanneer verlening van krediet rechtstreeks samenhangt met goederen die bestemd zijn te worden uitgevoerd uit de Unie (zie par. 6.5.4.2). De ratio achter deze regeling is beweerdelijk het wegnemen van kosten van niet-aftrekbare voorbelasting en op die manier uit te voeren goederen maximaal te ontlasten van omzetbelasting. Daarvan uitgaande kan gezegd worden dat artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 een aanvulling vormt op het nultarief voor goederen die worden uitgevoerd (artikel 9, lid 2, Wet OB 1968 jo. Tabel II, post a.2.).1 Tegen die achtergrond rijst de vraag waarom niet ook aftrek van voorbelasting is toegestaan als, bijvoorbeeld, het verlenen van krediet rechtstreeks samenhangt met goederen die zijn uitgevoerd, of die zich in het geheel nooit in het vrije verkeer van de Unie hebben bevonden, of met zeeschepen en luchtvaartuigen. Voor al deze goederen bestaat wel een nultarief, omdat geen verbruik in de Unie plaatsvindt. Onduidelijk is waarom de verruiming van de aftrek van voorbelasting in artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 niet is doorgetrokken tot deze categorieën van goederen en evenmin tot diensten die buiten de Unie worden geacht plaats te vinden. Bij gebreke aan enige toelichting op artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 is het antwoord niet te achterhalen. Een opmerkelijke situatie is het wel.