Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/357:357 Pandrecht op de gewijzigde of de nieuwe vordering?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/357
357 Pandrecht op de gewijzigde of de nieuwe vordering?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD102905:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 7.
Art. 3:229 BW; vgl. ook par. 11.4 hiervóór.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wordt een vordering gewijzigd en kan de wijziging aan de pandhouder worden tegengeworpen, dan rijst de vraag of het op de vordering gevestigde pandrecht op de gewijzigde vordering rust. Dit is het geval als nog van dezelfde vordering kan worden gesproken. Of dat zo is moet aan de hand van uitleg van de oorspronkelijke overeenkomst en de overeengekomen wijziging worden vastgesteld. Denkbaar is een zó ingrijpende wijziging van de overeenkomst dat een verpande (toekomstige) vordering tenietgaat, een lot dat dan ook het pandrecht treft.
Of in dat geval op grond van de eerdere verpanding (bij voorbaat) een pandrecht op een eventuele nieuwe vordering ontstaat, is afhankelijk van de vraag of deze vordering eerder bij voorbaat is verpand. Dit moet worden vastgesteld door uitleg van de titel van verpanding en van de pandakte.1 Op de nieuwe vordering zal geen substitutiepand rusten, omdat het geen vordering tot vergoeding van (de waardevermindering van) de oorspronkelijk verpande vordering zal zijn.2