De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.14:2.5.14 Stuiting van een huwelijk
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.14
2.5.14 Stuiting van een huwelijk
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS373213:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Pitlo/Van der Burght & 2002/154 e.v.; HR 8 februari 1935, NJ 1935/706.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
97. De wet kent in art. 1:50 e.v. BW aan bepaalde personen de bevoegdheid toe een huwelijksvoltrekking te verhinderen, indien niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het sluiten van een huwelijk of indien het te sluiten huwelijk een schijnhuwelijk is. Bevoegd tot stuiting zijn bepaalde bloedverwanten (art. 1:51 lid 1 BW) en degene die met een van de partijen door een huwelijk of een geregistreerd partnerschap is verbonden (art. 1:52 BW). Ook het Openbaar Ministerie is bevoegd, en soms zelfs verplicht, tot stuiting (art. 1:52 jo. 1:53 BW). De stuiting geschiedt bij deurwaardersexploit, door betekening van een akte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van een van de gemeenten waar het huwelijk kan worden gesloten.
Het rechtsgevolg van de stuiting is dat een ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk niet mag voltrekken, zo bepaalt art. 1:56 BW.1
De stuitingsverklaring moet mijns inziens niet worden beschouwd als een eenzijdige rechtshandeling. Het is een verklaring, als gevolg waarvan een waarschijnlijk beoogd rechtsgevolg intreedt, namelijk het verlies door de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn bevoegdheid tot het sluiten van het huwelijk. Dit is echter geen wilsverklaring in de zin van art. 3:33 BW. In de stuitingsverklaring wordt melding gemaakt van een feitelijke onvolkomenheid, het aanwezig zijn van een huwelijksbeletsel,2 die aanleiding vormt voor het rechtsgevolg.