Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/301:301 Geen positieverbetering van de pandhouder
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/301
301 Geen positieverbetering van de pandhouder
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 10-03-2026
- Datum
10-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD49163:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Sagaert 2003, nr. 13 en 82.
Zo begrijp ik ook Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, nr. 756. Vgl. ook HR 23 april 1999, JOR 1999/109 m.nt. H.L.E. Verhagen, NJ 2000, 158 m.nt. WMK (Wollie), in welk arrest de Hoge Raad voor de vraag of substitutie plaatsvond overigens volstond en ook kon volstaan met de overweging dat bij verkoop van verpande roerende zaken niet van rechtswege een pandrecht op de koopsom komt te rusten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd wordt met substitutie beoogd de bestaande (rang)orde te handhaven. Daarbij past niet dat de pandhouder zijn positie ziet verbeteren doordat hij een pandrecht op een vervangende vordering verkrijgt. Wordt een ander dan de pandgever rechthebbende van de vordering dan blijft het pandrecht op de vordering rusten en vindt geen substitutie plaats. Zou in een dergelijk geval wel substitutie plaatsvinden, bijvoorbeeld doordat de pandhouder tevens een pandrecht op de vordering van de pandgever tot betaling van de koopsom van de vordering krijgt, dan zou zijn onderpand worden vermeerderd.1
Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag is dit een reden om (gedeeltelijke) substitutie door een pandrecht op de vordering tot betaling van de koopsom van verpande goederen af te wijzen.2 Dat de koper van die goederen zich wellicht op derdenbescherming kan beroepen zodat de pandhouder zijn pandrecht op de goederen niet meer tegen de koper kan laten gelden,3 doet daaraan niet af. Het is niet logisch substitutie afhankelijk te laten zijn van een op een later moment gedaan beroep op derdenbescherming.