Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.5.2.9:II.4.5.2.9 Etikettering van deelnemingen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.5.2.9
II.4.5.2.9 Etikettering van deelnemingen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS494238:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ 11 juli 1991, zaak C-97/90, FED 1991/647 (Lennartz; m.aant. D.B. Bijl); HvJ 4 oktober 1995, zaak C-291/92, BNB 1996/62, r.o. 20 (concl. A-G Van Gerven; Armbrecht; m.nt. M.E. van Hilten); HvJ 8 maart 2001, zaak C-415/98, BNB 2001/200 (concl. A-G Saggio, Bakcsi, m.nt. H.W. M. van Kesteren).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Betreffende het economische karakter van deelnemingen kan ten slotte de vraag worden gesteld of het onder omstandigheden mogelijk is deelnemingen als economisch of niet-economisch te etiketteren. In paragraaf 4.6 wordt nader besproken dat het overdragen van in de hoedanigheid van ondernemer gehouden aandelen een vrijgestelde dienst is. Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor het evenredige recht op aftrek van voorbelasting op algemene kosten (het pro rata) van de overdrager. In voorkomende gevallen zou het daarom voordelig kunnen zijn voor een ondernemer als hij de keuze heeft het verkrijgen en houden van aandelen als niet-economisch te etiketteren. Dat heeft namelijk tot gevolg dat ook het overdragen geen economisch karakter heeft (zie nader par. 4.6.2.1) en zodoende de invloed op het pro rata wegvalt. Naar mijn mening is etikettering van aandelen echter niet mogelijk.
Het bestaan van een keuzerecht zou moeten volgen uit de vermogensetiketteringsleer voor goederen die zowel in het kader van een economische activiteit als privé worden gebruikt.1 Analoge toepassing van deze leer op het verkrijgen en houden van aandelen veronderstelt dat dit gelijktijdig gedeeltelijk in het kader van een economische activiteit kan plaatsvinden en gedeeltelijk daarbuiten. Dat kan naar mijn mening niet. In de hiervoor besproken jurisprudentie ligt namelijk veeleer de veronderstelling besloten dat aandeelhouderschap dan wel geheel economisch van karakter is dan wel in zijn geheel andere doeleinden dient. Afgezien daarvan kan vanwege het arrest in de zaak VNLTO worden betwijfeld of etikettering überhaupt mogelijk is bij ander niet-economisch gebruik dan voor privédoeleinden.2