Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/370:370 Termijnstelling door de pandhouder aan de pandgever
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/370
370 Termijnstelling door de pandhouder aan de pandgever
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD102908:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de op de schuldenaar van een vordering rustende verbintenis een alternatieve verbintenis waarbij de keuze terzake van de te leveren prestatie door de schuldeiser kan worden gemaakt, dan gaat deze bevoegdheid in geval van overgang van de vordering over op de verkrijger van de vordering.1 Onduidelijk is of dit keuzerecht naar geldend recht aan de inningsbevoegde pandhouder toekomt.
In art. 6:19 lid 3 BW is bepaald dat de pandhouder in geval van executie van het pandrecht de pandgever een redelijke termijn kan stellen waarbinnen hij zijn keuze moet maken. Maakt de pandgever binnen die termijn geen keuze, dan gaat de keuzebevoegdheid over op de pandhouder. Hoewel in deze bepaling uitsluitend van executie van de vordering wordt gerept, is aannemelijk dat de in het artikel opgenomen bevoegdheden van de pandhouder ook toekomen aan de pandhouder die de vordering niet wil executeren, maar deze wil innen.2