Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.1
2.5.1 Ingebrekestelling
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS373211:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:82 lid 1 BW. Als nakoming tijdelijk onmogelijk is of uit de houding van de schuldenaar blijkt dat hij niet zal nakomen, treedt verzuim in door een schriftelijke aansprakelijkstelling, art. 6:82 lid 2 BW. Zie voor gevallen waarin verzuim intreedt zonder ingebrekestelling art. 6:83 BW. Verzuim is niet vereist als nakoming blijvend onmogelijk is, art. 6:81 BW (en voor ontbinding evenmin als nakoming tijdelijk onmogelijk is). Art. 7:19a BW geeft een bijzondere regel voor het intreden van verzuim wanneer een verkoper te laat aflevert aan een consument. Zie hierover A.G. Castermans, ‘Verzuim en ingebrekestelling bij consumentenkoop: de beperkte reikwijdte van art. 7:19a BW’, NTBR 2014/38.
Meijers 1948, p. 293; Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 161 (MvA II); Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/99; Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:33 BW, aant. 4.4, F.M. van Cassel-van Zeeland.
Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:267 BW, aant. 1.1, W.H. van Boom.
De Hoge Raad formuleert het in zijn arrest van 22 oktober 2004, NJ 2006/597 (Endlich/Bouwmachines) zo, dat een ingebrekestelling niet de functie heeft het verzuim vast te stellen, maar om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven en zo te bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim is.
Münchener Kommentar zum BGB, §286, nr. 4 (Ernst).
Münchener Kommentar zum BGB, §174, nr. 2 (Schramm).
80. Indien een schuldenaar tekortschiet in de nakoming van de verschuldigde prestatie, staan de schuldeisers verschillende rechtsmiddelen ter beschikking. Voordat sommige remedies echter kunnen worden uitgeoefend, is vereist dat de schuldenaar in verzuim is. Verzuim treedt als hoofdregel in door een ingebrekestelling, zijnde een schriftelijke aanmaning waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld.1
In de literatuur en parlementaire geschiedenis wordt de ingebrekestelling gekwalificeerd als een gerichte, eenzijdige rechtshandeling.2 De aanmaning is een verklaring waarmee de schuldeiser beoogt het verzuim van de schuldenaar te doen intreden. De ingebrekestelling kan ook besloten liggen in een andere eenzijdige rechtshandeling, zoals een ontbindingsverklaring.3
Een kwalificatie als feitelijke handeling is echter ook denkbaar en ligt mijns inziens meer voor de hand. Gelet op het doel van de verzuimregeling zou het veronderstelde primaire oogmerk van de schuldeiser moeten zijn om met de ingebrekestelling zijn schuldenaar aan te sporen alsnog na te komen.4 Het rechtsgevolg van intreden van verzuim wordt door de wet verbonden aan het uitblijven van nakoming binnen de gestelde termijn, ongeacht de wil van de schuldeiser. Dit is de redenering die naar Duits recht wordt gevolgd.5 De Mahnung is geen Rechtsgeschäft, nu de rechtsgevolgen krachtens de wet en niet op grond van een wilsverklaring intreden. Overigens zijn de gevolgen van de kwalificatie beperkt, nu de ingebrekestelling naar Duits recht wordt gezien als een zogenaamde geschäftsähnliche Handlung,waarop de bepalingen van het BGB inzake wilsverklaringen grotendeels van overeenkomstige toepassing zijn.6