Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.3.5.2
I.3.5.2 Schillenmodel
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500206:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
A-G Léger, conclusie bij: HvJ 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285, r.o. 66 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. M.E. van Hilten), punt 61.
HvJ 6 maart 2008, zaak C-98/07, BNB 2008/219, r.o. 24 (concl. A-G Bot; Nordania FInans; m.nt. J.J.P. Swinkels). Als ik het goed zie, duidt het Hof van Justitie met ‘de gewone activiteit van de betrokken belastingplichtige’ het geheel van de belastbare activiteit en het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk daarvan aan.
Bevestiging is te vinden in de jurisprudentie van de Hoge Raad betreffende het afstoten van huurwoningen door een woningcorporatie: HR 6 juni 2014, BNB 2014/196 (concl. A-G Van Hilten; m.nt. B.G. van Zadelhoff).
HvJ 29 oktober 2009, zaak C-29/08, BNB 2010/251 (concl. A-G Mengozzi; AB SKF; m.nt. J.J.P. Swinkels).
HvJ 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. M.E. van Hilten).
Zie ook A-G Léger, conclusie bij HvJ 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285, r.o. 66 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. M.E. van Hilten), punt 60.
De essentie van het model is dat de werkzaamheden waaruit een economische activiteit bestaat, mijns inziens kunnen worden onderverdeeld in de belastbare activiteit, het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk daarvan en overige werkzaamheden. De belastbare activiteit karakteriseert in dit verband de economische activiteit en vormt daarvan als het ware de kern. Een voorbeeld van een belastbare activiteit zijn de vastgoedbeheerwerkzaamheden uit de zaak Régie Dauphinoise. Dat is de ‘core business’. Werkzaamheden die het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit vormen, zijn niet zo karakteristiek voor de economische activiteit. Zij houden echter zozeer verband met de ‘core business’, dat één en ander niet zonder elkaar kan bestaan. Zij zijn ‘must haves’. In de situatie die aan de orde was in de zaak Régie Dauphinoise zijn dit de beleggingen. De mogelijkheid om huurpenningen tijdelijk te kunnen beleggen was schijnbaar een wezenlijk en noodzakelijk onderdeel van het verdienmodel van de economische activiteit waarbinnen het vastgoedbeheer centraal stond. Of, vrij naar A-G Léger: werkzaamheden die het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van een belastbare activiteit vormen, vloeien systematisch daaruit voort.1 Dat is een verschil met de laatste categorie, de overige werkzaamheden. Overige werkzaamheden hangen weliswaar samen met de belastbare activiteit, of met het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk daarvan, maar vloeien daar niet systematisch uit voort. Het zijn ‘nice to haves’. In het arrest in de zaak Nordania Finans lijkt het Hof van Justitie deze categorie aan te duiden als werkzaamheden die niet tot ‘de gewone activiteit’ van een belastingplichtige behoren.2 Een voorbeeld is het in de zin van artikel 14 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 (artikel 174, lid 2, onderdeel a, Btw-richtlijn) afstoten van investeringsgoederen die een ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt. Ook bijkomstige handelingen in de zin van artikel 174, lid 2, onderdeel b en c, Btw-richtlijn kunnen mijns inziens overige werkzaamheden zijn.
Het hiervoor uitgelegde schillenmodel kan als volgt worden weergegeven:
Figuur 3 – Schillenmodel
Van de categorieën werkzaamheden die deze afbeelding weergeeft, is de categorie ‘overige werkzaamheden’ – de tweede schil – relatief onderbelicht in de jurisprudentie. Uit het arrest in de zaak Nordania Finans kan nog wel worden afgeleid dat het afstoten van in een bedrijf gebruikte investeringsgoederen daartoe kan behoren, maar onduidelijk is hoeveel ruimte bestaat financiële handelingen in deze categorie in te delen.3 Het Hof van Justitie lijkt bij dergelijke handelingen al vrij snel een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk aan te nemen. Ook noemt het in zijn jurisprudentie, bijvoorbeeld, niet eens de mogelijkheid dat het verkrijgen en houden van aandelen een overige werkzaamheid is (zie nader par. 4.5.2.2).4 Naar mijn mening dient echter vooral dit laatste te worden verklaard als een omissie. Uit het arrest in de zaak EDM volgt namelijk dat financiële handelingen wel degelijk bijkomstig kunnen zijn (zie par. 3.3.7.2).5 Op basis van de arresten in de zaken Régie Dauphinoise en Nordania Finans kunnen de handelingen dan niet behoren tot de ‘gewone activiteit’, oftewel de belastbare activiteit en het rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk daarvan. Omdat zij toch onderdeel zijn van een economische activiteit, moet wel sprake zijn van overige werkzaamheden in de hiervoor bedoelde zin. Verder zou artikel 174, lid 2, Btw-richtlijn vrijwel zinledig zijn als financiële handelingen geen overige werkzaamheden konden zijn.6