Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.1:11.1 Inleiding
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.1
11.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS595006:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met uitzondering van het hierna nog te behandelen arrest Hof Den Haag 15 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3398, maar daarbij kan worden betwijfeld of het wel privékennis betrof.
Het betreft hier hoedanigheidsproblematiek van een heel andere aard dan de problematiek die het onderwerp vormt van Tjittes’ proefschrift ‘De hoedanigheid van contractspartijen’. Daarin staat het contracteren in een bepaalde hoedanigheid centraal, bijvoorbeeld als consument of in de uitoefening van een bedrijf.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
462. Een functionaris kan kennis opdoen in de uitoefening van zijn functie, maar ook in een andere hoedanigheid, bijvoorbeeld als deelnemer aan een buurtbarbecue of als functionaris van een andere werkgever of opdrachtgever. Ook zal een functionaris weleens wederpartij (of tegenpartij) zijn van de rechtspersoon, niet alleen bij het sluiten of wijzigen van zijn arbeidsovereenkomst, maar ook als klant – of als fraudeur. Steeds is dan de vraag of de kennis van de functionaris wordt toegerekend aan de rechtspersoon.
In dit hoofdstuk behandel ik casustypes die als gemene deler hebben dat de functionaris die of het lid van het orgaan dat over de relevante kennis beschikt, die kennis heeft opgedaan in een andere hoedanigheid. De problematiek die zich daarbij voordoet, noem ik ook wel ‘hoedanigheidsproblematiek’. Ik ga in de op volgende gevallen:
de functionaris die in zijn privéleven kennis heeft opgedaan die relevant is voor de activiteiten van de rechtspersoon (par. 11.3);
de functionaris die voor de rechtspersoon relevante kennis heeft opgedaan bij de uitoefening van een functie voor een ander dan de rechtspersoon (par. 11.4);
de functionaris die tevens wederpartij is van de rechtspersoon (par. 11.5);
de verjaring van de rechtsvordering van de rechtspersoon op een functionaris die zijn schadeveroorzakende gedraging verborgen houdt (par. 11.6);
de grootaandeelhouder die kennis verkrijgt in een andere hoedanigheid dan als deelnemer aan de algemene vergadering (par. 11.7).
Hoedanigheidsproblematiek doet zich niet exclusief voor bij rechtspersonen. Ook natuurlijke personen kunnen in hun privéleven kennis opdoen die relevant is voor hun eenmanszaak. Het is niet zeker of zakelijke wederpartijen van de eenmanszaak zich onder alle omstandigheden op die privékennis kunnen beroepen. Jurisprudentie daarover ontbreekt bij mijn weten.1 Dergelijke problematiek valt buiten mijn onderzoek. Wel merk ik op dat ‘kennis in meerdere hoedanigheden’ rechtspersonen voor meer en voor andere vragen stelt dan natuurlijke personen. Zo kan een natuurlijke persoon geen wederpartij zijn van zichzelf, terwijl de functionaris wiens kennis mogelijk aan de rechtspersoon wordt toegerekend, wel wederpartij kan zijn van die rechtspersoon. Ook doet zich bij natuurlijke personen geen kennisversplintering voor.
In Nederland is het probleem van kennis dragen in meerdere hoedanigheden nog grotendeels onontgonnen gebied.2 Uitzondering daarop vormt het onderwerp ‘kennis van de grootaandeelhouder’ in het kader van de decharge. In Duitsland is meer jurisprudentie en literatuur beschikbaar, maar het onderwerp is daar lang niet zo diepgravend behandeld als kennisversplintering.