Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.2.3.1.5
6.2.3.1.5 Juridische organisatiestructuur van de LLP
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS388002:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
RUPA § 103(b) geeft aan dat bepaalde bepalingen uit de RUPA wel van dwingend recht zijn.
De RUPA stelt dit expliciet in § 103(a): ‘Except as otherwise provided in subsection (b), relations among the partners and between the partners and the partnership are governed by the partnershipagreement. To the extent the partnership agreement does not otherwise provide, this [Act] governs relations among the partners and between the partners and the partnership.’(cursivering SvdW).
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 21.
RUPA § 202(a).
Niet élke partnership kan LLP worden; in sommige staten (waaronder bijvoorbeeld New York) staat deze rechtsvorm slechts open voor bepaalde beroepen, zie Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 24.
RUPA § 1001(c).
Col. Rev. Stat. § 7-64-1002, Code of Va. § 50-73.132.
RUPA § 1003(a).
RUPA § 1003(c).
Hierover bestaat overigens discussie. Als een partnership enkel en alleen is opgericht met het doel om een LLP te worden, zijn er auteurs die betogen dat bij het vervallen van de LLP-status ook de partnership ophoudt te bestaan. Zie Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 27.
RUPA § 1003(e).
RUPA § 1003(f).
De partnership kan echter stilzwijgend worden voortgezet, zie RUPA § 406(b).
RUPA § 801 Comment 1.
RUPA § 801(3), 801(4), 801(5) en 801(6).
RUPA § 401 Comment 1.
RUPA § 401(b).
RUPA § 401(a) en RUPA § 401 Comment 3.
RUPA § 401(c) en RUPA § 401(d).
RUPA § 401(c).
RUPA § 401 Comment 3 en Comment 4.
Blanco Fernández & Van Olffen 2007, p. 33.
RUPA § 401(f).
RUPA § 401(j).
RUPA § 103(3)(4).
RUPA § 301(a).
RUPA § 301(a).
RUPA § 303(a)(2).
RUPA § 303 Comment 3. Bovendien moeten er meer gegevens openbaar gemaakt worden dan in de statement of qualification die voor de oprichting van de LLP vereist is, zoals alle namen en e-mailadressen van de maten, zie RUPA § 303(a)(1)(iii). De partnership stelt zich dus meer open. De vraag is of het bewijsrechtelijk voordeel van registratie opweegt tegen de nadelen.
RUPA § 301(b).
RUPA § 403.
De vennoten van een partnership kunnen de interne organisatiestructuur grotendeels1 zelf reguleren in de partnership agreement. Deze partnership agreement ligt aan de basis van iedere partnership. Voor zaken die de maten niet zelf reguleren geldt de wettelijke regeling.2 Dit recht kan per staat verschillen.
Oprichting, bestaan en beëindiging
De LLP is een bijzondere vorm van de partnership.3 Een partnership ontstaat wanneer twee of meer personen zich verenigen met als doel het doen van zaken om winst te maken.4 Een partnership kan de LLP-status verkrijgen door het doen inschrijven van een statement of qualification.5 De RUPA bepaalt dat de statement ofqualification de naam en het adres van de partnership dient te vermelden, evenals een verklaring dat de partnership de LLP verkiest als rechtsvorm en, indien van toepassing, een in de toekomst gelegen datum van inwerkingtreding.6 De eisen aan dit document verschillen zoals gezegd echter per staat en in sommige staten is slechts vermelding van de naam en het adres van de firma vereist.7 Crediteuren en andere derde partijen zullen in ieder geval niet veel informatie uit de inschrijving kunnen opdoen. Met het inschrijven van een statement of qualification ontstaat de LLP. Dit maakt het tot een gemakkelijk op te richten rechtsvorm. In het geval dat een inschrijving niet (langer) voldoet aan de eisen die een staat aan de registratie stelt, zal in beginsel de LLP-status niet verkregen worden, dan wel verloren gaan. In sommige staten is het echter voldoende dat de inschrijving in grote mate in overeenstemming is met de vereiste informatie uit de wet en blijft de LLP-status behouden.
Een inschrijving als LLP is één jaar geldig. Om te kunnen blijven bestaan, dient de LLP een annual report neer te leggen, met daarin bij benadering dezelfde gegevens als in de statement of qualification.8 Laat een LLP dit na, dan dient zij van de staat waar zij is ingeschreven de mogelijkheid te krijgen om zich alsnog in te schrijven.9 Vindt neerlegging van het annual report niet plaats, dan wordt de LLP-status ingetrokken, de partnership zelf blijft bestaan.10 Tot twee jaar na intrekking van de LLP-status kan de betreffende partnership een verzoek plaatsen tot herstel van de oorspronkelijke situatie, waarmee de LLP-status opnieuw verkregen wordt.11 Dit herstel heeft terugwerkende kracht.12
Beëindiging van de partnership kan op verschillende manieren plaatshebben. Allereerst kan een onderscheid gemaakt worden tussen de partnership at will, die voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, en de partnership in term, die wordt aangegaan voor een bepaalde tijd of tot aan de voltooiing van een specifieke gebeurtenis. De partnership in term eindigt logischerwijs bij het verstrijken van de termijn of het intreden van de vooraf bepaalde gebeurtenis.13
De RUPA bepaalt dat een partnership in beginsel blijft bestaan bij vertrek van een maat. Dit is een vernieuwing ten opzichte van haar voorganger, de UPA, waarin vertrek van een maat leidde tot ontbinding van de vennootschap. Als de overgebleven vennoten de bedrijfsvoering wilden doorzetten, ontstond een nieuw partnership, hetgeen voor onnodige problemen kon zorgen.14 Tegenwoordig houdt de partnership alleen in bepaalde, door de RUPA specifiek genoemde, gevallen op te bestaan. De ontbinding vindt allereerst plaats wanneer zich een situatie voordoet die volgens de partnership agreement tot ontbinding leidt. Ook wanneer de activiteiten van de partnership illegaal zijn of worden en dit probleem niet binnen negentig dagen wordt verholpen, leidt dit tot ontbinding van het samenwerkingsverband. Ten slotte kan ook de rechter een partnership ontbinden op verzoek van een maat (of de ontvanger van diens rechten).15
Kapitaal
De inbreng van kapitaal door de vennoten is niet expliciet geregeld in de RUPA, maar duidelijk wordt dat dit dient te bestaan uit een bepaald voordeel voor de partnership. Iemand kan aan zijn verplichting tot inbreng voldoen door geld of eigendommen bij te dragen of diensten te leveren.16
Volgens de RUPA hebben de vennoten allen een gelijk recht op de winsten van de partnership en dienen zij in gelijke mate te delen in eventuele verliezen.17 De vennoten beschikken over een rekening bij de partnership waarin de winsten en verliezen worden verwerkt. Zij kunnen niet zomaar beschikken over het aan hen toekomende saldo. Het uitkeren van dit saldo betreft in beginsel een besluit binnen de normale bedrijfsvorming en behoeft derhalve, zoals hierna zal worden besproken, een meerderheid van stemmen.18 De partnership vergoedt door vennoten in de normale bedrijfsvoering gedane betalingen, evenals het door een maat boven het door hem toegezegde bedrag ingebrachte kapitaal.19 De partnership staat garant voor de aansprakelijkheid van vennoten die is ontstaan in de normale bedrijfsvoering.20 Deze garantstelling voor een in de normale bedrijfsvoering ontstane aansprakelijkheid bestaat ook met betrekking tot de LLP. Vennoten kunnen dus verplicht zijn om, tot aan de hoogte van hun inbreng, via de partnership mee te betalen aan een tegen een andere vennoot ingestelde vordering op grond van onrechtmatige daad.21 Via deze omweg kunnen verbintenissen waarvoor vennoten van de LLP niet aansprakelijk zijn toch, via de LLP, voor hun rekening komen.22 Zij kunnen echter anders overeenkomen; ook deze bepaling is namelijk van regelend recht.
Bestuur en besluitvorming
Ook regels omtrent de besluitvorming en vertegenwoordigingsbevoegdheid kunnen de maten in de agreement naar eigen inzicht inrichten. De wet biedt uitkomst indien en voor zover zij daarin niet zelf hebben voorzien.
De RUPA bepaalt dat een maat niet meer zeggenschap heeft naarmate zijn inbreng in de vennootschap groter is. Iedere maat heeft gelijke rechten binnen het bestuur van de partnership.23 Besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid, indien het een beslissing betreft die binnen de normale bedrijfsvoering van de partnership valt. Een besluit dat buiten de normale bedrijfsvoering valt, evenals een wijziging van de partnership agreement, kan slechts worden doorgevoerd met instemming van alle maten.24
Binnen het bestuur van de partnership dienen de maten zich jegens elkaar als goed vennoot te gedragen. Deze plicht is in de RUPA uitputtend geregeld en omvat de duty of loyalty en de duty of care, die kort gezegd inhouden dat een maat niet in strijd met de belangen van de partnership dient te handelen en bij het besturen van de partnership de nodige zorg dient te betrachten. De plicht om als goed vennoot te handelen, kan in de partnership agreement slechts gedeeltelijk en onder strikte voorwaarden worden uitgesloten of gereduceerd.25
Vertegenwoordiging en toezicht
In navolging van de bestuursbevoegdheid hebben alle maten volgens de RUPA in beginsel de bevoegdheid om de vennootschap naar buiten toe te vertegenwoordigen, en daarmee de partnership te binden, voor zover dit handelingen binnen de normale bedrijfsvoering betreft.26 Indien een maat onbevoegd was met betrekking tot een specifieke handeling bindt dit de partnership alleen dan niet als de wederpartij van de onbevoegdheid wist, bijvoorbeeld omdat dit de wederpartij was medegedeeld.27 De mogelijkheid bestaat om een verklaring te registreren bij de secretary of state waarin de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de maten wordt gepubliceerd.28 Deze registratie brengt echter alleen bewijsrechtelijk voordeel met zich mee en genereert geen juridische ‘kennis’ bij de wederpartij.29 Voor handelingen, anders dan die binnen de normale bedrijfsvoering, is een maat niet vanzelfsprekend bevoegd. Hiervoor is toestemming van alle andere maten vereist.30
De maten hebben intern de mogelijkheid om op het welvaren van de partnership toe te zien. De partnership dient de maten (of hun afgevaardigden) altijd in de gelegenheid te stellen om de boeken in te zien. Ook dienen de partnership en de maten elkaar onderling (gevraagd dan wel ongevraagd) informatie te verstrekken.31