Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.8.1:III.8.1 Inleiding
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/III.8.1
III.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501456:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt het in Deel II besproken huidige recht aan de in hoofdstuk 2 beschreven strekking van de omzetbelasting getoetst. Dit betreft de beantwoording van het tweede deel van de tweede onderzoeksvraag: hoe verhoudt de huidige stand van het recht zich tot de strekking van de omzetbelasting op het onderzochte deelterrein en welke rechtvaardigingen bestaan voor afwijkingen? Rechtvaardigingen voor afwijkingen in het huidige recht worden in het bijzonder gezocht in de rechtszekerheid, uitvoerbaarheid, eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid. Dit hoofdstuk vormt tevens de opmaat naar hoofdstuk 9, waarin diverse oplossingen voor gevonden knelpunten worden onderzocht.
Het perspectief van de bespiegelingen in dit hoofdstuk is eerst dat van de verstrekkers van financiering (par. 8.2) en vervolgens dat van de ontvangende ondernemingen (par. 8.3). Over de positie van verstrekkers van financiering passeren vier aspecten de revue. Het eerste is het ondernemerschap. Het tweede is de (niet-)heffing over financiering. Het derde betreft het recht op aftrek van voorbelasting in situaties waarin de financier als ondernemer handelt. Ten slotte wordt stilgestaan bij de mogelijkheden tot planning via de kapitaalsfeer. Betreffende ontvangers van financiering wordt alleen bij de laatste drie aspecten stilgestaan. De veronderstelling is dat zij als ondernemingen steeds ondernemer zijn.