Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.3.1
II.4.3.1 Nederlands privaatrecht
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS496635:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Uit artikel 2:62, aanhef, letter c, BW volgt dat het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij ook in aandelen kan zijn verdeeld.
W.J. Slagter, ‘De lidmaatschapsverhouding als grondslag van het rechtspersonenrecht’, Ondernemingsrecht 2004, 158; Asser/Van Solinge & NieuweWeme 2-IIa 2013, nr. 50; J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 39.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 50.
W.J. Slagter, ‘De lidmaatschapsverhouding als grondslag van het rechtspersonenrecht’, Ondernemingsrecht 2004, 158, onderdeel 2.
Zie artikel 3:33 BW jo. artikel 6:213, lid 1, BW jo. artikel 7A:1791 BW jo. artikel 7A:1793 BW.
J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 1.
Op dit punt onderscheidt een kapitaalstorting zich (privaatrechtelijk) ook van een geldlening. Zie over de terugbetalingsverplichting die aan geldleningen eigen is: HR 29 november 2002, NJ 2003, 50 (concl. A-G Bakels); HR 8 september 2006, BNB 2007/104 (concl. A-G Van Ballegooijen; Kaspische Zee; m.nt. A.H.M. Daniëls).
J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 19.
Zie nader Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 308 e.v.; J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 39.
Wet van 18 juni 2012 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de regeling voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Stb. 2012, 299. Zie nader Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 306.
In het Nederlandse privaatrecht zijn aandelen doorgaans bewijzen van deelgerechtigdheid in een NV of een BV (artikel 2:64/175 BW).1 De verhouding van een aandeelhouder tot de kapitaalvennootschap wordt veelal getypeerd als een lidmaatschapsverhouding.2 Lidmaatschapsverhouding is een technisch-juridische term om onderscheid te maken met zuiver contractuele rechtsverhoudingen.3 Als onderscheidend wordt, onder meer, gezien dat verbintenissen in een lidmaatschapsverhouding niet voortvloeien uit wilsovereenstemming. Een lidmaatschapsverhouding komt, bijvoorbeeld, tot stand bij het nemen of kopen van aandelen. De rechtsbetrekkingen die daarbij ontstaan, strekken zich mede uit tot de andere aandeelhouders en uiteraard tot de vennootschap zelf, zonder dat daaraan een wilsovereenstemming vooraf hoeft te zijn gegaan.4 Dit is een wezenlijk verschil met de contractuele relatie tussen een kredietverstrekker en een kredietnemer.5 Wat betreft de verhouding tot de vennootschap wordt verder een tweeledigheid aangenomen doordat enerzijds de aandeelhouder in de vennootschap deelneemt als hij zijn stemrecht uitoefent en anderzijds de aandeelhouder en vennootschap elkaar als derden kunnen aanspreken op de nakoming van verbintenissen die in de aandeelhouderschapsrelatie ontstaan.6
Aan het aandeelhouderschap en het lidmaatschap zijn diverse rechten en verplichtingen verbonden. De belangrijkste rechten zijn stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders of in de algemene ledenvergadering en aanspraak op de winsten en reserves. Bij kapitaalvennootschappen is de belangrijkste verplichting die van volstorting (artikel 2:80/191 BW). Aandeelhouders zijn in beginsel niet gehouden bij te dragen in de verliezen van een kapitaalvennootschap boven het bedrag dat zij op hun aandelen moeten storten (artikel 2:81/192 BW). Daar staat tegenover dat zij als laatste aanspraak kunnen maken op de bezittingen van de vennootschap. Anders dan verschaffers van vreemd vermogen hebben zij namelijk geen vordering op de vennootschap.7 Het eigen vermogen biedt (in meer of mindere mate) dan ook bescherming aan de verschaffers van vreemd vermogen.8 In vergelijkbare zin als aandeelhouders deelgerechtigd zijn tot het vermogen van een kapitaalvennootschap, kunnen leden dat zijn tot het vermogen van een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij. Maatschappen en vennootschappen onder firma zijn geen rechtspersonen, maar zijn een contractueel samenwerkingsverband tussen diverse natuurlijke personen of rechtspersonen.
Ook naar Nederlands privaatrecht bestaat de mogelijkheid aandelen met bijzondere rechten uit te geven (artikel 2:92/205, lid 3, BW). Bij aandelen met bijzondere rechten valt te denken aan (cumulatief) preferente aandelen, prioriteitsaandelen, loyaliteitsaandelen en tracking stock.9 Met de bijzondere rechten kan onderscheid worden gemaakt naar winstrechten, aanspraken op de reserves en zeggenschap. Sinds de invoering van de ‘Flex-BV’ zijn bij een BV stemrechtloze aandelen en aandelen die geen aanspraak geven op de winsten en reserves mogelijk.10