Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.3:II.4.6.3 Vrijstelling
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.3
II.4.6.3 Vrijstelling
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS493026:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 29 oktober 2009, zaak C-29/08, BNB 2010/251 (concl. A-G Mengozzi; AB SKF; m.nt. J.J.P. Swinkels). Vgl. HvJ 13 december 2001, zaak C-235/00, FED 2002/192, r.o. 33 (CSC FinancialServices; m.aant. J.J.P. Swinkels); HvJ 10 maart 2011, zaak C-540/09, V-N 2011/16.19 (SEB).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 11, lid 1, onderdeel i, ten tweede, Wet OB 1968 (artikel 135, lid 1, onderdeel f, Btw-richtlijn) voorziet in een vrijstelling voor handelingen inzake effecten, uitgezonderd bewaring en beheer (zie ook par. 4.4.2). Ook als een overdracht van aandelen een dienst onder bezwarende titel is van een als zodanig handelende ondernemer, is daarom geen omzetbelasting verschuldigd. In relatie tot de corresponderende bepaling uit de Btw-richtlijn, artikel 135, lid 1, onderdeel f, heeft het Hof van Justitie dit expliciet bevestigd in de zaak AB SKF:1
‘48. Aangaande de draagwijdte van [artikel 135, lid 1, onderdeel f, Btw-richtlijn – WJB] heeft het Hof vastgesteld dat handelingen inzake aandelen en andere waardepapieren betrekking hebben op de verrichtingen op de markt van waardepapieren en dat de handel in waardepapieren verrichtingen inhoudt die de rechtsbetrekking en de financiële relaties tussen partijen wijzigen (…).
49. Daaruit volgt dat administratieve, materiële of technische diensten en activiteiten inzake financiële informatie die de rechtsbetrekking en de financiële relatie tussen partijen niet wijzigen, niet onder de vrijstelling (…) vallen (…).
50. Daarentegen wijzigt een aandelenverkoop de rechtsbetrekking en de financiële relatie tussen partijen. Voor zover zij binnen de werkingssfeer van de btw valt, valt deze handeling dus onder de vrijstelling van (…) artikel 135, lid 1, sub f, [Btw-richtlijn – WJB].’
Deze overwegingen vormen de reactie van het Hof van Justitie op het argument van de Commissie dat de vrijstelling enkel op handelingen in het kader van een commerciële activiteit van verhandeling van waardepapieren betrekking heeft. Verder is van belang dat Nederland geen gebruik heeft gemaakt van de door de Btw-richtlijn geboden beoordelingsvrijheid aandelenoverdrachten soms toch (optioneel) van de vrijstelling uit te zonderen. De Btw-richtlijn biedt daartoe twee mogelijkheden. In de eerste plaats mogen lidstaten overdrachten van aandelen in onroerendgoedentiteiten van de vrijstelling uitzonderen. Dit is geregeld in artikel 135, lid 1, onderdeel f, laatste bijzin, Btw-richtlijn gelezen in samenhang met artikel 15, lid 2, onderdeel c, Btw-richtlijn. Daarnaast mogen lidstaten belastingplichtigen op grond van artikel 137 Btw-richtlijn de keuze laten van de vrijstelling af te zien.