De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.13:2.5.13 Erkenning van een kind
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.13
2.5.13 Erkenning van een kind
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS376765:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Van der Burght & Doek 2002/682.
Asser/De Boer 1* 2010/732; Groene Serie Personen- en Familierecht, art. 1:203 BW, aant. A4, W.M. Schrama; A.J.M. Nuytinck, ‘Bekrachtiging van nietige erkenning. Annotatie bij HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:179’, AAe 2015/3, p. 218.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
96. Een man kan blijkens art. 1:203 BW een kind erkennen door een notariële akte of door een akte van erkenning, opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Oorspronkelijk gold de erkenning als waarheidshandeling. Alleen de biologische vader kon het kind erkennen en de erkenning gold als bewijs van deze bloedband. In de loop der tijd is het rechtskarakter van de erkenning verschoven naar een wilsverklaring.
De erkenning wordt gezien als een rechtshandeling waarmee vrijwillig een familierechtelijke betrekking wordt gecreëerd.1 Als rechtsgevolg van de erkenning ontstaat ex art. 1:199 sub c BW een vaderschapsband tussen de man en het kind. Het kind wordt erfgenaam van de erkenner en de erkenner wordt onderhoudsplichtig.2 Erkenning is onherroepelijk3 en schept de verbintenis tot onderhoud van het kind.
Art. 1:204 lid 1 BW schrijft echter op straffe van nietigheid voor dat als het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, de moeder voorafgaand schriftelijk toestemming moet geven (sub c), en dat erkenning voor een kind van twaalf jaar of ouder voorafgaande schriftelijke toestemming van het kind vereist is (sub d). Het beoogde rechtsgevolg van erkenning treedt in door de wilsverklaring van één partij, de vader. In de literatuur wordt erkenning gekwalificeerd als ongerichte eenzijdige rechtshandeling.4 De vereiste toestemming kan gezien worden als een geldigheidsvereiste en niet als een wilsverklaring van een wederpartij. De moeder en het kind zijn geen partij bij de rechtshandeling. Mijns inziens is erkenning dus een eenzijdige rechtshandeling. In het geval van erkenning blijkt echter uit de eis van toestemming duidelijk de wens van de wetgever om erkenning alleen toe te staan als de belanghebbenden, moeder en/of kind, ermee instemmen.