Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.5.2
3.5.2 Beperken van aansprakelijkheid: wettelijke limitering (artikel 6:110 BW)
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS387997:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover meer uitgebreid hoofdstuk 1 paragraaf 1.2.3.
Arisz & Kamphuisen 1987.
Kortmann 1995.
Zie hierover ook Wessels 1995, p. 235.
Parl. Gesch. Boek 6, p. 448 en De Vries 1990, nr. 87. ‘Hetgeen redelijkerwijze niet door verzekering kan worden gedekt’ zal derhalve dus niet voor elk samenwerkingsverband hetzelfde zijn. Dit zal per beroepsgroep verschillen maar o.a. ook afhangen van de grootte van het samenwerkingsverband.
Hartlief 1994, p. 146.
Zie o.a. De Vries 1990, Hartlief 1994 en Wessels 1995.
Wessels 1995, p. 235.
De Vries 1990, nr. 33.
Hartlief 1994, p. 144 en 147. Zie over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering paragraaf 3.5.3.
Kortmann 1995.
Sinds 1 januari 1992 bestaat een algemene wettelijke limiteringsmogelijkheid in het BW. In een algemene maatregel van bestuur kunnen bedragen worden vastgesteld waarboven de aansprakelijkheid zich niet uitstrekt, ’opdat de aansprakelijkheid die ter zake van schade kan ontstaan niet hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt, te boven gaat’, aldus artikel 6:110 BW. Op grond van deze bepaling kunnen afzonderlijke bedragen worden bepaald naar gelang van de aard van de gebeurtenis, de aard van de schade (letselschade of vermogensschade) en de grond van aansprakelijkheid.
In de jaren negentig toen, onder andere naar aanleiding van de invoering van de wettelijke regeling van de opdracht (artikel 7:400 BW), de discussie omtrent de (mogelijkheden tot) beperking van de aansprakelijkheid van beroepsbeoefenaren (voor het eerst) oplaaide,1 is deze vorm van beperking uitgebreid in de literatuur bediscussieerd. De mogelijkheid dat er limieten kwamen ter beperking van de beroepsaansprakelijkheid werd vooral door Arisz en Kamphuisen voorgestaan.2 Ook Kortmann bepleitte deze methode.3 Als belangrijkste voordelen van limitering via een algemene maatregel van bestuur werden genoemd (i) de duidelijkheid voor de gelaedeerde (die weet vooraf dat hij aanspraak heeft op een vergoeding voor een bepaalde schade), maar ook (ii) de overzichtelijkheid voor de aangesprokene.4 Bovendien vonden de voorstanders deze methode van beperking goed te rechtvaardigen omdat artikel 6:110 BW de wettelijke limitering beperkt tot het gebied dat ‘redelijkerwijze niet door verzekering kan worden gedekt’. Daaronder wordt verstaan redelijkerwijs verzekerbaar, hetgeen het geval is wanneer een verzekering verkrijgbaar is ‘voor een economisch draagbare premie bij een behoorlijke assuradeur’.5
Hoewel wettelijke limitering op andere terreinen, en dan vooral het vervoersrecht, al een beproefd middel was (en is),6 stuitte deze mogelijkheid (als middel) tot beperken van beroepsaansprakelijkheid destijds echter verder vooral op kritiek.7 Als belangrijkste nadelen werden genoemd:
limitering is een (te) grove techniek, de limieten verouderen snel en zij leiden tot procedurele complicaties;
limitering kan leiden tot kwaliteitsverlies in die zin dat een vooraf kenbare bovengrens aanleiding zou kunnen geven tot enige nonchalance bij de beroepsuitoefening.8
Volgens De Vries is zelfs het enige argument vóór invoering van een wettelijke limitering de (on)verzekerbaarheid.9 Zowel hijzelf als Hartlief pleitte daarom voor een aanpak van de beroepsaansprakelijkheidsproblematiek op een bredere schaal; volgens hen diende in dit kader onder andere (ook) kritisch te worden gekeken naar de mogelijkheden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering.10
Ook de wetgever was destijds niet geneigd gebruikt te maken van het wettelijke limiteringsinstrument.11 Uit de parlementaire geschiedenis blijkt ook dat van de bevoegdheid tot limitering slechts zeer terughoudend gebruik mag worden gemaakt.12 Tot op heden lijkt (nog) geen verandering in dit standpunt van de wetgever te zijn gekomen: ook nu is niet te verwachten dat er veel politiek draagvlak zal zijn voor een beperking van de aansprakelijkheid door middel van een algemene maatregel van bestuur ex artikel 6:110 BW. Daarom zal in dit onderzoek ten aanzien van deze beperkingsmethode worden volstaan met hetgeen hiervoor besproken.