Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.5.1
7.3.5.1 Een precaire en weerbarstige zaak?
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381632:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Hierop bestaan uiteraard uitzonderingen, zoals Vredevoogd 2009, p. 306-314.
Zie onder meer Van Mourik 2007, p. 409; Mollema 2008, p. 821.
Van Mourik 2007, p. 409.
Handboek Erfrecht 2011, p. 204; Van Mourik 2007, p. 409.
Zie ook Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004/229; J.M. van Dunné, ‘De methode van uitleg bij testamenten, in het bijzonder in geval van oneigenlijke dwaling bij het testeren’, WPNR 5048 (1969), p. 310; S. Perrick, in: J. ten Kate e.a. (red.), Miscellanea: jurisconsulto vero dedicata (Van Dunné-bundel), Deventer: Kluwer 1997, p. 322.
Onder het oude recht woedde in de literatuur een discussie over methoden van uitleg van uiterste wilsbeschikkingen; zie o.m. J. Eggens, ‘Uitleg van uiterste wilsbeschikkingen’, in: Meijers en Eggens 1951, p. 79; P.W. van der Ploeg, ‘Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen’, WPNR 4857 en 4858 (1965).
303. Bij het leerstuk van uitleg van uiterste wilsbeschikkingen valt op, dat auteurs met een notariële achtergrond de uiterste wilsbeschikking veelal bezien als een op zichzelf staande, erfrechtelijke figuur. Niet veel auteurs trekken de parallel met uitleg van andere rechtshandelingen.1 Uitleg van uiterste wilsbeschikkingen wordt gezien als een precaire en weerbarstige zaak.2 Degene die helderheid kan verschaffen, kan op het moment van inwerkingtreding van de uiterste wilsbeschikking niet langer om verduidelijking worden gevraagd. Bovendien heeft het uitvoeren van de laatste wil van een overledene een plechtig karakter. Twee andere redenen waarom, althans zo wordt verdedigd, voorzichtig moet worden omgesprongen met uitleg, zijn het gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen3 en het feit dat het maken van een uiterste wilsbeschikking aan vormvereisten is gebonden.4 Ik erken dat uitleg van een uiterste wilsbeschikking niet steeds eenvoudig zal zijn en dat zorgvuldig moet worden omgesprongen met de uit de uiterste wilsbeschikking blijkende intenties van de erflater. Maar ik deel niet de opvatting dat terughoudendheid is geboden bij het uitleggen van uiterste wilsbeschikkingen, of dat ongebreidelde uitlegging een gevaar vormt. Taaluitingen zijn op zichzelf nooit duidelijk en moeten altijd in hun context worden uitgelegd. Manen tot terughoudendheid is dus puur symbolisch. Een vormvoorschrift zegt bovendien niet noodzakelijkerwijs iets over de helderheid van de inhoud van een uiterste wilsbeschikking.5 De notaris zal de erflater wellicht kunnen behoeden voor enige onduidelijke formuleringen, maar ook hij werkt met (inherent onduidelijke) taal. Daar komt bij dat een depot-testament wordt gemaakt bij onderhandse akte en dat aan een codicil in het geheel geen notaris te pas komt.
De voorzichtigheid in de erfrechtelijke literatuur over uitleg van uiterste wilsbeschikkingen wortelt in het oude erfrecht. Tot 2003 gold art. (4:)932 Oud BW, dat bepaalde dat als de bewoordingen van een uiterste wilsbeschikking duidelijk waren, men daarvan niet door uitlegging mocht afwijken.6 In het thans geldende erfrecht is een iets ruimer regime neergelegd, maar de regels van art. 4:46 BW zijn allesbehalve helder. De wetgever handhaaft, anders dan bij overeenkomsten, het onderscheid tussen duidelijke en onduidelijke beschikkingen, een onderscheid dat mijns inziens niet alleen onnodig, maar ook onwerkbaar is. De schroom rond uitleg van uiterste wilsbeschikkingen is niet op zijn plaats. Erkend moet worden dat uitleg onvermijdelijk is en ook geen probleem hoeft op te leveren, zolang het bijzondere karakter van de uiterste wilsbeschikking maar in het oog wordt gehouden.