Artikel 25 van het belastingverdrag Nederland-Cyprus bevat een bepaling voor leden van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. Leden van een diplomatieke vertegenwoordiging (ambassade) genieten op grond van internationale overeenkomsten fiscale privileges en voorrechten. De bepalingen van een belastingverdrag kunnen ook van toepassing zijn op dergelijke leden van diplomatieke missies. Artikel 25 regelt de samenloop van de verschillende verdragen. Het artikel neemt dezelfde plaats in als artikel 28 in het OESO-modelverdrag 1992.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 25
De geschiedenis en achtergrond van artikel 25 is opgenomen in aant. 1.2 van de preambule. Artikel 25 bepaalt dat de bepalingen van een bilateraal belastingverdrag in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten en immuniteiten aantasten die diplomatieke en consulaire ambtenaren ontlenen aan de afspraken die volkenrechtelijk (verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer) zijn gemaakt.
2. De betekenis van artikel 25
Diplomaten die in een staat zijn geaccrediteerd (bijvoorbeeld de Nederlandse ambassadeur in Cyprus) zijn in Cyrus niet voor hun wereldinkomen aan de belastingheffing onderworpen. Zij worden daarom niet aangemerkt als inwoner van Cyprus. Zij blijven onderworpen aan het belastingregime dat geldt voor Nederland.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 2.
3. Samenloop fiscale privileges en een belastingverdrag
Doordat de diplomaat niet wordt aangemerkt als een inwoner van de staat waarna hij wordt uitgezonden kan hij geen beroep doen op de bepalingen van de belastingverdragen die de staat waarnaar hij is uitgezonden heeft gesloten met andere staten.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 3.
4. Diplomaten blijven inwoner van de zendstaat
In de nationale wetgeving van vele landen is geregeld dat personeel van de diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland aangemerkt worden als binnenlandse belastingplichtigen. Zij kunnen dan wel een beroep doen op de bepalingen uit belastingverdragen die de zendstaat met andere staten heeft gesloten. Het OESO-commentaar bij artikel 25 bevat de mogelijkheid om in het belastingverdrag uitdrukkelijk te regelen dat de leden van de diplomatieke missies in het buitenland binnenlandse belastingplichtigen blijven.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 4.
5. Andere geprivilegieerden
Naast leden van een diplomatieke missie zijn er vele andere internationale organisaties die een speciale status hebben in een staat. Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van die internationale organisatie. Zij genieten ingevolge een overeenkomst tussen de staat van vestiging en de internationale organisatie fiscale privileges. Ook hier geldt dat de organisatie en de personeelsleden geen inwoner worden van die staat en dus dat hun fiscale voorrechten niet door het belastingverdrag worden aangetast.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 5.
6. Honoraire consul
Honoraire consuls hebben gewoonlijk alleen maar recht op een belastingvrije vergoeding die zij van de zendstaat ontvangen voor hun kosten. Hun positie is dus niet vergelijkbaar met die van diplomatiek personen met fiscale voorrechten. Zij kunnen aan artikel 26 geen rechten ontlenen. Desondanks geeft het OESO-commentaar de mogelijkheid om honoraire consuls uitdrukkelijk van deze bepaling uit te sluiten.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 6.
Parlementaire behandeling
Toelichtchtende Nota, bijlage bij de brief van 13 juni 2022 (Kamerstukken I/II, 2021/22, 36053, nr. 4)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 25 Belastingverdrag Nederland-Cyprus 2021, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 30-07-2024
30-07-2024, 30-07-2024
30-06-2023 tot: -
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 25 Belastingverdrag Nederland-Cyprus 2021, aant. 1.1
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Cyprus
belastingverdrag
voorkoming dubbele belasting
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting artikel 25
Beschouwing
Artikel 25 van het belastingverdrag Nederland-Cyprus bevat een bepaling voor leden van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. Leden van een diplomatieke vertegenwoordiging (ambassade) genieten op grond van internationale overeenkomsten fiscale privileges en voorrechten. De bepalingen van een belastingverdrag kunnen ook van toepassing zijn op dergelijke leden van diplomatieke missies. Artikel 25 regelt de samenloop van de verschillende verdragen. Het artikel neemt dezelfde plaats in als artikel 28 in het OESO-modelverdrag 1992.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 25
De geschiedenis en achtergrond van artikel 25 is opgenomen in aant. 1.2 van de preambule. Artikel 25 bepaalt dat de bepalingen van een bilateraal belastingverdrag in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten en immuniteiten aantasten die diplomatieke en consulaire ambtenaren ontlenen aan de afspraken die volkenrechtelijk (verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer) zijn gemaakt.
2. De betekenis van artikel 25
Diplomaten die in een staat zijn geaccrediteerd (bijvoorbeeld de Nederlandse ambassadeur in Cyprus) zijn in Cyrus niet voor hun wereldinkomen aan de belastingheffing onderworpen. Zij worden daarom niet aangemerkt als inwoner van Cyprus. Zij blijven onderworpen aan het belastingregime dat geldt voor Nederland.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 2.
3. Samenloop fiscale privileges en een belastingverdrag
Doordat de diplomaat niet wordt aangemerkt als een inwoner van de staat waarna hij wordt uitgezonden kan hij geen beroep doen op de bepalingen van de belastingverdragen die de staat waarnaar hij is uitgezonden heeft gesloten met andere staten.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 3.
4. Diplomaten blijven inwoner van de zendstaat
In de nationale wetgeving van vele landen is geregeld dat personeel van de diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland aangemerkt worden als binnenlandse belastingplichtigen. Zij kunnen dan wel een beroep doen op de bepalingen uit belastingverdragen die de zendstaat met andere staten heeft gesloten. Het OESO-commentaar bij artikel 25 bevat de mogelijkheid om in het belastingverdrag uitdrukkelijk te regelen dat de leden van de diplomatieke missies in het buitenland binnenlandse belastingplichtigen blijven.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 4.
5. Andere geprivilegieerden
Naast leden van een diplomatieke missie zijn er vele andere internationale organisaties die een speciale status hebben in een staat. Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van die internationale organisatie. Zij genieten ingevolge een overeenkomst tussen de staat van vestiging en de internationale organisatie fiscale privileges. Ook hier geldt dat de organisatie en de personeelsleden geen inwoner worden van die staat en dus dat hun fiscale voorrechten niet door het belastingverdrag worden aangetast.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 5.
6. Honoraire consul
Honoraire consuls hebben gewoonlijk alleen maar recht op een belastingvrije vergoeding die zij van de zendstaat ontvangen voor hun kosten. Hun positie is dus niet vergelijkbaar met die van diplomatiek personen met fiscale voorrechten. Zij kunnen aan artikel 26 geen rechten ontlenen. Desondanks geeft het OESO-commentaar de mogelijkheid om honoraire consuls uitdrukkelijk van deze bepaling uit te sluiten.
Zie verder art. 28 OESO-modelverdrag 1992, aant. 6.
Toelichtchtende Nota, bijlage bij de brief van 13 juni 2022 (Kamerstukken I/II, 2021/22, 36053, nr. 4)