Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/34:34 Openbaar pand: uitoefening door de inningsbevoegde pandhouder?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/34
34 Openbaar pand: uitoefening door de inningsbevoegde pandhouder?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 06-06-2025
- Datum
06-06-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13979:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het lijkt even voor de hand liggend om de uitoefening van dergelijke rechten, nadat hij inningsbevoegd is geworden, exclusief aan de pandhouder over te laten. Het is immers in overeenstemming met het doel van een pandrecht op een vordering dat de vordering door de pandhouder wordt geïnd zodat hij zich op het geïnde met voorrang kan verhalen door zichzelf uit het geïnde te voldoen.1 Hoewel een executoriale verkoop van een vordering door de pandhouder tot de mogelijkheden behoort, is in de praktijk inning van de vordering de belangrijkste manier waarop pandhouders verpande vorderingen te gelde maken.
Er kunnen echter goede redenen zijn om de uitoefening van een met de inning van een verpande vordering verband houdend recht niet aan de inningsbevoegde pandhouder over te laten, bijvoorbeeld omdat de uitoefening van dat recht te ingrijpende gevolgen heeft voor de pandgever. Een voorbeeld is het recht van een schuldeiser om een vordering tot nakoming om te zetten in een vordering tot schadevergoeding.2 In de hierna volgende paragrafen 2.4.1 tot en met 2.4.3 worden enkele gronden besproken om de uitoefening van rechten, ondanks dat zij verband houden met de inning van een vordering, niet aan de inningsbevoegde pandhouder, maar aan de pandgever over te laten.
Voor de uitoefening van een aantal met de inning van een vordering verband houdende rechten zal gelden dat het onwenselijk, zo niet onmogelijk is dat zowel de pandgever als de pandhouder bevoegd zijn deze uit te oefenen. Er zijn echter ook gevallen waarin er geen bezwaar tegen is dat een recht zowel door de pandgever als door de inningsbevoegde pandhouder kan worden uitgeoefend. In die gevallen is er geen bezwaar tegen om aan te nemen dat een recht zich leent voor uitoefening door zowel de pandgever als door de inningsbevoegde pandhouder.