FED 1999/194
HR, 03-03-1999, nr. 33 926
HR 03-03-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2695
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 1999
- Magistraten
Soest, van
- Zaaknummer
33 926
- LJN
BI6654
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2695, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑1999
ECLI:NL:PHR:1999:AA2695, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑1998
- Wetingang
Gelijkheidsbeginsel; art. 9, 20 en 57 (oud) Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, oefende in firmaverband met zijn zoon een landbouw- en veeteeltbedrijf uit. De winst werd bepaald over boekjaren die liepen van 1 mei tot en met 30 april. In geschil is of de winst bij verkoop van het melkquotum op 24 november 1989 moet worden belast naar het vóór 1990 geldende variabele bijzondere tarief (X), danwel naar het per 1 januari 1990 geldende vaste bijzondere tarief (inspecteur).
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad: Bij de toepassing van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet men art. 20 aanvaarden als een volwaardig voorschrift ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.