BNB 2009/68
Voor de heffingsplicht ingevolge de Grondwaterwet is niet beslissend wie is ingeschreven als houder van een inrichting maar wie de feitelijke macht over de inrichting uitoefent
HR 16-01-2009, ECLI:NL:HR:2009:BD3569
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2009
- Magistraten
Vliet, van; Amersfoort, van; Bavinck; Leemreis; Punt
- Zaaknummer
43 512
- Conclusie
A-G mr. Van Hilten
- LJN
BD3569
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BD3569, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BD3569, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2009
- Wetingang
Essentie
Voor de heffingsplicht ingevolge de Grondwaterwet is niet beslissend wie is ingeschreven als houder van een inrichting maar wie de feitelijke macht over de inrichting uitoefent
Samenvatting
Belanghebbende heeft een nieuw bedrijfspand laten bouwen. De aannemer heeft gedurende de bouw een bronbemaling laten installeren en heeft belanghebbende bij de provincie Gelderland laten registreren als houder van een inrichting bestemd voor het onttrekken van grondwater. Belanghebbende is daarop aangeslagen in de grondwaterheffing wegens het door de bemaling onttrekken van grondwater.
HR: Aan de grondwaterheffing worden onderworpen houders van inrichtingen, welke zijn ingeschreven in het in art. 13 Grondwaterwet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.