WFR 2000/1051
Werpt HR 3 mei 2000, nr. 34 653, nieuw licht op de België-route?
Mr. dr. P.G.H. Albert , datum 01-01-2000
- Datum
01-01-2000
- Auteur
Mr. dr. P.G.H. Albert 1
- JCDI
JCDI:ADS808788:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
- Wetingang
art. 19b lid 2 Wet LB 1964; art. 27 lid 7 Wet LB 1964; art. 15 Belastingverdrag Nederland-België 1970; art. 16 Belastingverdrag Nederland-België 1970; art. 18 Belastingverdrag Nederland-België 1970; art. 22 Belastingverdrag Nederland-België 1970; art. 3.83 Wet IB 2001; art. 2.8 lid 2 Wet IB 2001; art. 25 lid 4 Invorderingswet 1990; art. 26 Verdrag van Wenen wederrechtelijk verkregen vermogenswinsten 1988; art. 27 Verdrag van Wenen wederrechtelijk verkregen vermogenswinsten 1988, art. 19b Wet LB 1964, Wet IB 2001, Belastingverdrag Nederland-België 1970
1. Inleiding
In deze bijdrage ga ik in op de Nederlandse fiscale gevolgen van overdracht van pensioenkapitaal van een Nederlandse naar een Belgische verzekeraar (de zogenoemde België-route). De PSW blijft onbesproken. 2 Aanleiding voor deze bijdrage is de conclusie van A-G Wattel van 21 april 2000 voor de civiele kamer van de Hoge Raad (nr. C99/099, NTFR 2000/720) en een recent arrest van de belastingkamer, HR 3 mei 2000, nr. 34 653, V-N 2000/24.10, blz. 2198.
2. De België-route
De directeur-grootaandeelhouder die in Nederland fiscaal gefacilieerd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.