BNB 1996/208
Samenvoeging van vermogensinkomsten van gehuwden is niet in strijd met art. 8 EVRM, noch met het discriminatieverbod van art. 14 EVRM en 26 IVBPR
HR 17-04-1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1823, m.nt. P.J. Wattel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 april 1996
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Jansen, C.H.M.; Fleers; Pos
- Zaaknummer
29 941
- Noot
P.J. Wattel
- LJN
AA1823
- JCDI
JCDI:ADS660308:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1823, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑04‑1996
ECLI:NL:PHR:1996:AA1823, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑04‑1996
- Wetingang
Art. 5, eerste lid, Wet IB 1964
Essentie
Samenvoeging van vermogensinkomsten van gehuwden is niet in strijd met art. 8 EVRM, noch met het discriminatieverbod van art. 14 EVRM en 26 IVBPR
Samenvatting
Aan belanghebbende is een navorderingsaanslag opgelegd wegens door zijn echtgenote ontvangen rente. Belanghebbende kende de precieze omvang van die rente niet en de verhouding met zijn echtgenote was niet zodanig dat hij daarnaar kon vragen.
De Hoge Raad verwerpt de klacht dat samenvoeging van de vermogensinkomsten van echtgenoten in strijd is met art. 8 EVRM (persoonlijke levenssfeer) en art. 14 EVRM en 26 IVBPR (discriminatieverbod) met toepassing van art. 101a Wet RO. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.